 |
| Ross Castle |
Je had mij een maand geleden niet moeten vragen wat de must-sees van Ierland zijn. Misschien een teken van onvoldoende, of in ieder geval late, voorbereiding, maar in ieder geval een blijk van gebrek aan kennis over dit eiland. Dublin fair city, ja;
Mountains of Mourne, ja; en iets met Troubles en Bloody Sunday. (Van die laatste blijken er drie geweest te zijn, waarbij telkens de Engelsen een aantal onschuldige burgers vroegtijdig van het leven hebben beroofd: in 1887, in 1920 en in 1972. De laatste is nu uiteraard de bekendste, onder andere door
het lied van U2, maar in het
Irisches Tagebuch van Heinrich Böll, dat ik van Margrieta voor mijn verjaardag kreeg, wordt ook al gerept van een Bloody Sunday - en dat boekje stamt uit 1958.)
 |
| Andermaal Ross |
Inmiddels ben ik iets verder en weet ik dat de Ring of Kerry op de lijst van een heleboel toeristen staat. De oplettende lezertjes weten nog wel dat Kerry de naam is van de provincie waarin we ons nu bevinden. De Ring slaat op een rondweg, namelijk rondom het schiereiland Iveragh dat het grootste deel van de provincie uitmaakt. Deze rondweg is beroemd omdat hij spectaculair is en langs een flink aantal bezienswaardigheden leidt; omdat de rondweg beroemd is, is hij druk bereden. Dat is dan weer een goede reden om hem iets lager op de lijst te plaatsen. Er zijn ook nog andere opties.
Voordat wij wat voor ring of optie ook onderzoeken, staat eerst nog een kasteelbezoek op het programma. We zijn gisteren bij Killarney beland, en in het natuurgebied ten zuidwesten daarvan staat Ross Castle. Dat is onze eerste bestemming vandaag, afgezien van een broodnodig bezoek aan een SuperValu om ontbijt aan te schaffen, en in een moeite door de auto vol diesel te tanken. Tot onze vreugde en verbazing gaat er ondanks de gereden 500 km maar 25 liter in; die diesels van tegenwoordig mogen dan meer stikstofoxide uitstoten dan de fabrikanten beloven, zuinig zijn ze best.
 |
| Zo hoort een kasteeltoren er uit te zien |
Het ontbijt nuttigen we op een bankje buiten het kasteel. Dit is er weer een uit een boekje: aan een meer gelegen, met op de achtergrond de al eerder genoemde bergen van Kerry. Een amusante anekdote annex legende: het kasteel zou onoverwinnelijk zijn "until a ship should swim upon the lake". Dat is precies wat er gebeurde toen Cromwell (daar is-ie weer) ook hier orde op zaken kwam stellen: hij liet een paar oorlogsschepen over land klunen en weer in het meer zakken, en het zaakje was snel gepiept.
Opnieuw ontkomen we aan een kort regenbuitje door een kleine expositie binnenin het kasteel te bezichtigen (waaruit we het bovenstaande te weten komen). Dit zal het laatste buitje van de dag blijken te zijn, dus de trapwens heeft gewerkt! We klimmen de auto weer in en gaan in de ban van de ring.
 |
| Uitzicht aan de Ring of Kerry |
Omdat de Kerry-ring zo druk heet te zijn zoeken we ons heil een schiereiland verderop, in de Ring van Beara - minstens zo specatculair, nog niet half zo druk, zegt ons gidsje. Op weg naar naartoe blijkt dat wij al op de Ring van Kerry zitten: Ross Castle is één van de daaraan gelegen bezienswaardigheden. De eerstvolgende vijftig kilometer is het daarom filerijden, op een weg die weliswaar 100 km/u toestaat maar ook helemaal leeg niet veilig zou zijn boven de 80. Het is een mooie route, maar als bestuurder is het toch vooral zaak de capriolen van de auto vóór je in de gaten te houden, zo te zien voor deze ene dag gehuurd door een bestuurder die voor het eerst links rijdt en dus dezelfde inschattingsfouten maakt als ik de eerste dag; te hopen dat hij of zij bij de Torc Waterfalls even een fotostop maakt, in die hoop bevestigd te worden maar onmiddellijk achter een andere toerist te belanden die precies dezelfde karakteristieken vertoont.
 |
| Sconepauze in Derreen Garden |
Vijftig kilometer op die manier bochten, stijgen en dalen maakt het bijzonder aangenaam om bij Kinmare verder richting zuiden te rijden, het schiereiland Beara op. Onmiddellijk decimeert het verkeer en wordt het ontspannen rijden. We steken bij de Healy Pass naar het zuiden; nog voordat we zover zijn zien we een bordje "Derreen Garden" dat ons lokt naar een heerlijk gelegen theetuin middenin de bossen en heuvels, met kennelijk nog uitgestrektere tuinen er omheen die ook aardig wat bezoekers blijken te trekken, hoewel de bewegwijzering en kwaliteit van het grindpad er naartoe een minder dan professionele indruk maakt. De kleine sconetjes scoren een 8- op onze kritische tong.
De Healy Pass komt boven de boomgrens uit, we zien andermaal de tamelijk kale en rotsachtige bergen van Kerry. De weg slingert zich er door- en overheen, de bordjes "verboden niet in te halen" zijn niet van de lucht. Aan de zuidkust van het schiereiland verbreedt de weg zich tijdelijk en rijden we westwaarts; door, door, door, tot de punt!
Naast de Ring of Kerry en de Ring of Beara heeft men nog een andere naam bedacht voor een autoroute, die ik best mooi gevonden vind: de Wild Atlantic Way, met een zeer herkenbaar golfpatroontje als icoon dat op alle verkeersborden wordt aangegeven. Kijk, zoiets geeft de vakantieganger een doel: we gaan dit jaar de Wild Atlantic Way af rijden! Ik vermoed dat die langs de hele westkust loopt, en dan telkens de dichtst langs de zee lopende route kiest. Gegeven de grilligheid van die kust ben je dan al snel een paar duizend kilometer verder, schat ik.
 |
| Ierlands enige kabelbaan |
Wij volgen nu ook een stukje WAW, tot het niet meer verder gaat. Op een parkeerterreintje met verrassend veel auto's voor de geringe hoeveelheid verkeer die we hier meemaken stappen we uit, en begrijpen dan de naam "Cable Car Café" die Margrieta een paar kilometer eerder zag: er loopt een mini-kabelbaantje van hier naar het eiland dat nog ten westen hiervan ligt. Er hange één klein gondeltje aan dat er uitziet alsof het met zes personen vol zit, maar zonder twijfel zijn de inzittenden van al die auto's aan de overkant. We informeren nog even hoeveel tijd er gemoeid zou zijn bij een retourtje, maar de geschatte wachttijd loopt in de uren; aan de vraag hoeveel geld er dan mee gemoeid zou zijn hoeven we niet eens te beginnen. In plaats daarvan lopen we een klein eindje langs de kust en weer terug, zorgvuldig de schapenkeutels vermijdend.
 |
| Een stukje gewandeld |
Rond vier uur zetten we ons weer in de auto en nemen de route langs de noordkust terug naar Kinmare. Dit is een prachtige belevenis, precies wat we ervan gehoopt hadden: de smalle weggetjes, gelukkig bijzonder rustig want vaak niet breed genoeg om zomaar een tegenligger langs te laten, stijgend en dalend met steeds weer een ander uitzicht op het water en het volgende schiereiland (dat van de Ring van Kerry), en dit alles in de stralende (late-middag)zon.
 |
| Steeds weer een ander uitzicht |
Snel gaat het onder deze omstandigheden natuurlijk niet. We hebben voor vannacht eens een B&B in de stad geboekt, in Tralee wel te verstaan, en dat ligt een eindje ten noorden van Killarney waar we gestart zijn, terwijl Beara juist een eindje ten zuiden daarvan ligt. (De onderste helft van het schiereiland ligt zelfs helemaal niet in Kerry, maar weer in Cork, dat we juist gisteren achter ons hadden gelagten.) De bedoeling van een slaapplaats in een stad, in plaats van opnieuw buitenaf, was om voor het avondeten de auto een keer te kunnen laten staan. Het geval wil inmiddels dat we van de 's ochtends gekochte broodjes nog maar de helft soldaat hebben gemaakt, omdat de scones (en worteltaart) in Derreen Garden vullend genoeg waren om verder geen lunch meer te blieven. Misschien dus maar een tweede broodmaaltijd in plaats van een restaurant?
 |
| Sean Og's B&B |
Na dat plan te hebben uitgewerkt vinden we niet zo snel een geschikt plekje voor een picknick, en rijden uiteindelijk toch in één ruk door naar Tralee. De B&B bevindt zich boven Sean Og's Bar in het centrum, en blijkt de kleinste kamer te bieden die we ooit gezien hebben. Een pluspunt is dan wel weer dat er in de bar livemuziek zal worden gespeeld tot 23:30. En er is ontbijt! Wat wil een mens nog meer?
 |
| Park met rozentuin |
Na onze lange autorit willen deze mensen vooreerst even de benen strekken. We brengen het broodjesplan alsnog ten uitvoer, lopend door een parkje in Tralee op korte afstand van Og. Het parkje gaat over in een rozentuin. Als we uitzoeken waarom blijken we ons in een plaats van internationale faam te bevinden: hier wordt jaarlijks het
Rose of Tralee-festival gehouden, dat overigens helemaal niet over bloemen gaat maar over meisjes (géén schoonheidswedstrijd! Winnaressen worden uitverkoren vanwege hun persoonlijkheid!). Helaas missen we het net: het festival is volgende week pas, we zullen niet met eigen ogen kunnen aanschouwen welke persoonlijkheid zich het komend jaar Rose of Tralee mag noemen.
 |
| Gij zult bloggen |
Weer terug sluiten we ons op op ons minuscule kamertje en komen er niet meer af. Er moet geblogd worden, er moet nog een programma en (niet onbelangrijk) kamer voor morgen georganiseerd worden. In de hoop op een goed bed en nog betere nachtrust kiezen we voor een B&B die hun grootste kamer tegen enige korting weg doet. Als de (cover)band bij Og's het tenslotte voor gezien houdt gaat ook bij ons het licht uit.
Weer erg leuk om te lezen! En zo'n mooi landschap! Op de plaatjes zie je niet goed hoe druk het er is, want dat maakt natuurlijk wel uit! het liefst willen we toch al die mooie dingen alleen met ons eigen gezelschap (nou, vooruit, nog een echtpaar dan....) beleven.
BeantwoordenVerwijderen