Op het spoor van Arthur

De goeie ouwe Arthur
Opnieuw een dag waarop we niet van B&B hoeven te wisselen. We hebben Annie gistermiddag gevraagd het tweede bed op onze kamer ook op te maken, zonder heel hard te (durven) zeggen dat het tweepersoons een dun rotmatras met een kuil heeft en enorm kraakt. Dat schept rust.

Het plan voor vandaag heeft als voornaamste component een bezoek aan Tintagel, de ruïnes van een kasteel aan de noordkust, waar volgens in de 12e-eeuwse opgeschreven romatische legendes in de 6e eeuw na Christus koning Arthur zijn hoofdzetel gehad moet hebben. De betrouwbaarheid van die legendes is zeker niet groter dan wanneer we nu zonder documentatie iets zouden beweren over de tijd van Columbus of daarvoor nog, maar wat wél zeker is, is dat deze verhalen toendertijd belangrijk genoeg werden gevonden om er een modern (13-eeuws) kasteel neer te zetten. Waarheid is van ondergeschikt belang, het gaat erom wat mensen geloven.

Trelissick Gardens
Maar we zijn nog niet in de buurt van Tintagel. Om de zondagdrukte te ontwijken is het plan daar pas aan het eind van de middag te arriveren, rond of kort na 16:00 uur; en omdat het maar een uur rijden is en we natuurlijk de rest van de dag niet helemaal niets kunnen doen, hebben we uit het materiaal ven de Trurese Tourist Office, gisteren nog net voor sluitingstijd vergaard, een wandeling uitgezocht in het gebied dat Roseland genoemd wordt, net iets ten zuid(oosten) van Truro. Concreet: bij de Trelissick Gardens, van enige lokale faam. (Aangezien ik ook iets over plaatsnamen in Ierland verteld heb, is dit een mooi moment om te vermelden dat het voorvoegsel tre ongeveer hetzelfde betekent als het Ierse bally, namelijk plaats.)

Uitzicht zuidwaarts
De tuinen zelf bezoeken we niet, maar we gebruiken (en betalen) wel de aanpalende parkeerplaats, waar de wandeling start. Het is een niet al te lang rondje, beginnend met een grasbegroeide heuvel zuidwaarts, van het rollende soort, vanwaar we net Pendennis kunnen ontwaren, denken we: het is niet bijzonder helder, maar de contouren van het kasteel zijn met enige fantasie op een landpunt te zien. De rest van onze energie besteden we aan het ontwijken van de honden, die hier bijna talrijker zijn dan de menselijke bezoekers: het is duidelijk een geliefd wandelplekje, en als je dan toch een hond of wat hebt moeten die natuurlijk mee.

Scone: 8-
Na deze start lopen we langs de Fal, op een hoge, beboste oever; wel een lieflijk paadje maar helaas niet al teveel uitzicht. Wel komen we via het meegenomen foldertje te weten dat in deze contreien de legende van Tristan en Isolde (de laatste consequent gespeld als Iseult) zich heeft ontvouwen; een verhaal dat geacht wordt in "dezelfde tijd" als de Arthur-legende plaatsgevonden te hebben, d.w.z. in de zesde eeuw na Christus; ze zijn ook rond dezelfde tijd opgeschreven, en in latere hervertellingen met elkander verweven geraakt. Wij kenden T&I niet of nauwelijks; weer wat wijzer geworden! Wie interesse heeft leze het na; het is een mooi verhaal, vol liefdesdranken, heldendaden en verraad.

Bezienswaardigheden onderweg...
Na deze half-geslaagde wandeling nemen we een scone van 8- en starten de rit noordwaarts. Uit een overvloed aan tijd en het gevoel dat we nog niet aan alle aspecten van Cornwall recht hebben gedaan, terwijl we morgen deze streek verlaten om Margrieta's verjaardag in Devon door te brengen, besluiten we de Bodmin Moor te trotseren, het kleinere broertje van de bekendere Dartmoor. "Trotseren" bestaat uit het kiezen van de kleinste weggetjes die van zuid naar noord de moors doorkruisen, en eventueel pauzeren bij bezienswaardigheden.

... maar "falls" is echt te hoog gegrepen
Zoals Golitha Falls, waar we min of meer bij toeval langs rijden. Hoewel populair en opnieuw druk bezocht door honden en hun eigenaren, voelen wij ons door het woord "falls" misleid: een deugdelijke definitie van dat begrip zou toch tenminste een vrije val van een meter of meer moeten inhouden, en die ontbreekt hier: "rapids" is verdedigbaar, "falls" echt te hoog gegrepen.

Iets verder noordwaarts begint mist ons parten te spelen. Vanochtend bij Trelissick was het heiïg met een waterig zonnetje, hier is van zon geen sprake meer en rijden we door af en toe dichte mist - misschien zijn het wolken, Bodmin Moor rijst tot 400 meter de lucht in. Onder deze omstandigheden valt er niet veel meer te zien: naar links en rechts is dat sowieso al amper het geval, de alomtegenwoordige muurtjes en heggen belemmeren het zicht zeer effectief, maar ook voor en achter worden aardig ingekort. Hoewel we nog langs het meertje rijden waar volgens simmige bronnen Excalibur na de dood van Arthur weer in teruggemikt is doen we niet eens een poging om het te zien te krijgen.

(Hoezo teruggemikt, vraagt de oplettende lezer? Excalibur werd toch door Arthur uit een steen getrokken? Nou, dat is eigenlijk een moderne twist: die hele steen-met-zwaard is er pas later bijbedacht; oorspronkelijk kreeg Arthur zijn zwaard van de Dame van het Meer; dat meer zou (zeggen ze) Dozmary Pool geweest zijn.)

Het dorpje vanaf het kasteel, in de laatste mistflarden
Mist, mist. In de mist rijden we langs Jamaica Inn van Hitchcock-faam. Ander keertje. Langzaam maar zeker dalen we aan de noordzijde van de moors af richting Tintagel, terwijl het zicht iets opknapt. Maar heel eve tijdens de hele rit zijn we muurloos, maar de mist is daar ongeveer op z'n dichtst, we kunnen maar net remmen voor een schaap dat dit een goed moment vindt om over te steken.

Ooit was hier een landrug
Netjes op schema komen we 16:30 aan in het dorpje dat ooit Trevena heette maar zich met toeristische motieven rond 1850 (al) heeft omgedoopt. Het beroemde kasteel ligt op een hoge rots aan zee, vroeger via een landrug verbonden maar die is ergens in de 16e eeuw ingestort, onder medeneming van de restanten van het 13-eeuwse kasteel dat daar toen nog op stond. Zowel aan land- als aan rotszijde zijn restanten, maar tegenwoordig moet je ruim honderd steile treden omlaag en weer omhoog om te komen in wat eerst een paar deuren verderop was.

Een paar restanten
Zoals eerder al vermeld stond dat kasteel er alleen omdat de bouwer ervan, de eerste graaf (earl) van Cornwall, zich meer autoriteit wilde verschaffen door een zomerhuisje neer te zetten op de plaats die bekend stond als een van de verblijven van de koningen van Cornwall. Arthur zou er geboren of verwekt zijn. Archeologen hebben restanten van 6e-eeuwse gebouwen opgegraven, dus in zoverre is er wel een grondslag voor die verhalen. Van geen van die gebouwen is veel overgebleven: de rots ligt er indrukwekkend bij, en het zal er bij slecht weer behoorlijk spoken, maar het is allemaal wel ver aan de ruïneuze kant van het spectrum. Nog niet zo lang geleden is er een fraai bronzen beeld op de uiterste punt van de rots neergezet, dat sindsdien op veel foto's terugkomt en nu ook mijn openingsfoto van deze dag vormt.

Vooral veel klimmen
Al met al moet gezegd worden dat Cornwall er op kastelengebied bekaaider vanaf komt dan Ierland: niet alleen in kwantiteit maar ook in kwaliteit. Een fort zoals Penkerris voegt dan wel weer wat toe op het punt van diversiteit.

Een hapje eten in Tintagel zelf, dat de dunne scheidslijn naar tourist trap dicht genaderd is zo niet overschreden heeft, staat ons geen van beiden aan: we opteren voor een pizza op een nog te bepalen punt op de terugweg. Dat punt wordt uiteindelijk, na een vergeefse poging halverwege die ons leidt naar een onooglijk schuurtje in St. Columb dat nog dicht is ook, toch weer helemaal terug in Truro. Geen gelukkige keus: de pizza blijft ver achter bij de verwachtingen die de Tripadvisor-adviezen wekken. Gelukkig hebben we ergens gedurende de afgelopen dagen in en hongerige bui een noodrantsoen chips ingeslagen, die nu goed van pas komen als we eenmaal terug in The Laurels zijn.

Het einde van onze vakantie nadert nu met rasse schreden! Morgen nog één kasteel, als verrassing voor de jarige Margrieta.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De Hagedis

Weg van Engeland