De Hagedis

Chysauster
The Lizard is de naam van de zuidelijkste punt van Engeland. Vandaag brengen wij daar door, aan een baaitje, een stukje wandelend, in een leuk havenstadje. Aldus komen we in één moeite door van A (St. Ives) naar B (Helston). Zo tenminste luidt het plan van de dag.

Voordat het zover is genieten we voor de tweede keer het prijswinnende ontbijt van de oude pastorie, en proberen we na ons boeltje gepakt te hebben andermaal Chysauster te bezichtigen, dat nu eenmaal aan de route naar Penzance ligt, in al zijn smalte toch zo'n beetje de enige verbinding tussen noord- en zuikust in dit deel van Cornwall. Ditmaal is het dorpje open voor toeristen. Tegen betaling van vijf pond per persoon (en na afslaan van een dringende oproep lid te worden van de English Heritage) verwerven we het recht tussen de begroeide, halfhore muren rond te snuffelen waar bijna tweeduizend jaar geleden, ten tijde van het Romeinse rijk, de gewone Engelsman druk was met zijn dagelijkse beslommeringen.

Knap dat ze überhaupt iets van de resterende puinhopen hebben weten te maken. Ik vraag me telkens af hoeveel giswerk ermee gemoeid is. Lastig als je volledig afhankelijk bent van wat je toevallig in de grond vindt. In de ruimte rechts zou het vee hebben gestaan, daarnaast was de opslagruimte: ik wil het graag geloven, maar hoe zeker is men van zijn zaak? Omdat op de ene plaats een koeienkies en op de andere een potscherf is gevonden? Graaf iets dieper, vind een tweede potscherf en het beeld is weer helemaal anders. Morgen publiceert een jonge, out-of-the-box denkende archeoloog een theorie over de decoratieve waarde die de eerste-eeuwer hechtte aan koeienkiezen, en de rechterkamer is plotseling van stal in pronkkamer veranderd. Toen ik acht was wilde ik archeoloog worden; ik geloof dat ik blij ben uiteindelijk een andere tak van sport gekozen te hebben.

Kynance Cove
Ook naar het schiereiland van de Hagedis voeren maar enkele wegen. We rijden langs Helston zonder daar te stoppen, die B&B komt vanavond wel. Druk is het in die contreien, zouden het allemaal toeristen zijn? Als we een half uur later het weggetje naar de verkozen baai opdraaien en afrijden komen we op een enorme parkeerplaats terecht, nog niet helemaal vol maar wel een aardig eind in die richting. Het blijkt dat deze als spectaculair in onze reisgids te boek staande baai een van de stukjes kust is waar bij eb kortstondig een mooi geel zandstrand tevoorschijn komt, net als bij St. Agnes een paar dagen geleden; en dat is in Engeland zo schaars dat er onmiddellijk van geprofiteerd moet worden. Eb valt nog steeds gunstig, geen wonder dat dit een populair plekje is. Zandvoort is er niets bij.

Zwembroek niet voor niets mee
Ziende hoeveel mensen er in zwem-outfit en met bodyboard naar zee afdalen besluit ik dat ik nú mijn zwembroek en handdoek mee moet nemen, of anders elk recht van spreken dan wel klagen over mijn geslaagde dan wel mislukte strandvakantie verlies. Margrieta heeft minder behoefte haar temperatuurbestendigheid te bewijzen. We kiezen de "low tide route" naar beneden, wat enig klauterwerk met zich meebrengt. Honderden anderen hebben de rotsen ook getrotseerd (als je rotsen trotseert, worden het dan trotsen?) om maar een mooi plekkie te bemachtigen op het eerste droogvallende stukje zand. Het is een mooi gezicht met het gele zand, de zwarte rotsen en de woeste golven. In de drukte wil de idylle niet helemaal doorkomen; aan de natuur ligt het niet.

We doen eerst weer een episode van de sconequest. Veel beter dan een 7 wil het niet worden. De scones zijn telkens veel groter dan in onze herinnering, met een broodachtige structuur en smaak. De room is hier bepaald anders dan in Ierland: het is clotted cream, dik en (smeer)kazig. Vind ik wel lekker.

De rollen zijn goed verdeeld
Aldus voorbereid laat ik waad ik richting de manshoge golven, maar het water is net zo koud als Margrieta al vreesde en ik laat het bij een enkele onderdompeling. Terwijl Margrieta zich op een vrijgekomen stukje zand zetelt verken ik een half uurtje lang de zich dramatisch verheffende rotsen aan weerszijden van de baai. Het uitzicht is eigenlijk aan alle kanten mooi zolang je zeewaarts kijkt; bovenaan ben je al snel weer op een wat saai, vlak stuk grond met zicht op de parkeerplaats en het volgende dorpje, wat de illusie van afgelegenheid meteen teniet doet.

Uitzicht aan alle kanten mooi
Na een aangenaam vertoeven en de "high tide route" terug naar de auto zetten we ons aan het tweede onderdeel van het programma: aan de oostkant van de Hagedis zijn een paar als leuk en authentiek geprezen havenplaatsjes te vinden. We rijden naar Cadgwith met de bedoeling daar ergens van rustieke bedrijvigheid, or eventueel rustieke rust, te gaan zitten genieten, boekje lezend en bloggend. Dat mislukt jammerlijk als we de parkeerplaats voorbij rijden, vijftig meter steil omlaag rijden, in het voorbijgaan één kadetje spotten en alweer omhoog gekatapulteerd worden. Het havenplaatsje is, kortom, een ordegrootte kleiner dan verwacht en biedt op het oog niet de faciliteiten, zoals leeg bankje aan kade, die wij nodig denken te hebben voor de het geplande boek+blog-moment.

We zijn inmiddels best vaardig in het aanpassen van onze plannen en rijden door naar een ecologische ijsboerderij bij St. Keverne, om eens te kijken wat men daarmee bedoelt en in het voorbijgaan een ijsje mee te pikken. Halverwege worden we van de weg omgeleid (afgeleid, om de letterlijke Engelse term te gebruiken) en komen we op een route die in smalte, steilheid en kronkeldichtheid niets onderdoet voor de Ring of Beara, maar dan met Cornshe wandjes en drukte. Een interessante uitdaging. Als we plotseling in Coverack blijken te zijn uitgekomen, een havenplaatsje dat wél aan alle de vereisten voor het beoogde rustpunt voldoet, en ook nog eens langs een ijsschuurtje aan de havenkant rijden, is een nieuwe aanpassing snel gemaakt en zitten we al snel op een bankje in de zon, en zelfs even in een enkele regendruppel, naar het opkomende water en de thuiskomende windsurfscholieren te kijken.

Zonnetje, haventje, ijsje
Met de getijden verstrijkt ook de tijd. We rijden terug naar Helston, de poort naar de Hagedis, om te bekijken wat we daar eigenlijk geboekt hebben. Opnieuw komen we bij de wegwerkzaamheden die ons eerder vandaag noopten tot een omweg, nu vanaf de andere kant. Een blik op de online kaart suggereert een veel kortere manier om hier voorbij te komen, die wonder boven wonder ook blijkt te bestaan maar waarschijnlijk de smalste weg is die we bereden hebben: zelfs ons smalle Cliootje raakt bijna aan beide zijden de begroeiing. Niet gek dat het algemene verkeer niet zo gewezen wordt, al is het woord "afleiding" in dit geval misschien inderdaad wel meer van toepassing dan "omleiding"; wel blij dat we een offline-versie van Google maps bij de hand hebben.

Onze Helstoniaanse kamer blijkt in een sfeerloos gebouw naast een sfeervolle pub te zijn, de sleutel moeten we in de pub halen. Met B&B's binnen een stad hebben we niet veel geluk: eerst Tralee en nu Helston, ze hebben weinig te bieden. Na wat zoeken naar een leuk terras en restaurant vinden we een redelijke biertuin, daarna een prima fish & chips waar we zakelijk en voor een prettige prijs aan een flinke portie geholpen worden. You bring the beer, we provide the glasses: een concept dat ik ooit eerder in Schotland ben tegengekomen, nog nooit in Nederland. We waren onvoldoende voorbereid en hielden het bij water. Nergens tijdens onze vakantie hebben we nog moeite hoeven doen om kraanwater bij het eten te krijgen; ook al een verschil met Nederland.

Da's minder
Terug op onze kamer komen we voor een onplezierige verrassing te staan: op de plafondlamp na blijkt er geen elektriciteit te zijn. De omvang van dat probleem wordt pas duidelijk als blijkt dat de spoeling van het toilet ook niet meer werkt; en dat blijkt pas als de boel overstroomt. Daar zit je dan om half negen, enige contactpersoon het barpersoneel een deur verderop, dat al moeite had de voordeur open te krijgen omdat het haar eerste keer was. Terwijl Margrieta daar naartoe gaat om hulp te krijgen, bel ik booking.com die in dit geval tussenpersoon zijn geweest, en zoek ik tegelijk een alternatief op internet. De dichtstbijzijnde beschikbare kamer voor een redelijke prijs is in St. Keverne, de plaats met de ecologische ijsboerderij die we uiteindelijk niet bereikt hebben vanwege de afleiding onderweg.

Na een door Margrieta snel gemaakte foto van de kliederboel opgestuurd te hebben krijgen we vanwege de onhygiënische toestanden de toezegging van de tussenpersoon dat de kamer kostenloos opgezegd kan worden, en boeken we snel het gevonden alternatief. We pakken ons boeltje en verlaten opgelucht het pand, balend van de extra moeite maar opgelucht en een beetje verbaasd door onze eigen daadkracht.

Het is inmiddels half tien en na zonsondergang; de eerste keer dat we in het donker rijden. Dat maakt het er niet persé gemakkelijker op, het is werkelijk aardedonker; het enige voordeel is dat tegenliggers ook al om de hoek zichtbaar zijn. Opnieuw passeren we de opgebroken weg en zijn nu wel heel bij dat we ons niet hoeven laten afleiden: hetzelfde smalle weggetje brengt ons er fluks langs, en niet veel later zijn we bij de Three Tuns in St. Keverne, weliswaar weer een pub/restaurant met kamers erboven, maar met een stuk gezelliger aanblik aan een pleintje liggend. Na ons geïnstalleerd te hebben drinken we nog iets beneden, spreken onze belevenissen door, schrijven nog een beetje blog en houden het dan voor gezien.

Reacties

  1. Leuk om te lezen en te zien. Bij (op) Lizard Point dronken we koffie in een eenzaam café. De helicoptertocht die ik ongeveer van daar wou maken naar een paar nog zuidwestelijker gelegen eilandjes ging vanwege het late uur niet door. Els had toch niet meegewild dus probeerden dat ‘land’s end’ stukje van Cornwall niet nog een keer.
    En ook de zwemgrage Els heeft daar nooit gezwommen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Excuus, tweemaal. Ik had het blog niet tot het einde toe gelezen en zag pas later jullie shocking ervaring. Mooi dat nog niet iedereen naar bed was Brrr.

    Punt twee: Ik zag Lizard Point aan voor Land’s End, op Engeland uiterste zuidwestpunt. En hier corrigeerde Els me zojuist: je kon daar niet met helicopters maar met van die eendekkers opstijgen, en het was niet te laat op de dag, maar te laat in het seizoen: oktober.

    Ik hoop van harte voor jullie op goede matrassen in de volgende gezellige b&b(s) !

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Op het spoor van Arthur

Weg van Engeland