Van portaalgraf tot werkhuis

The Burren
Goed dan. The Burren is een uitgestrekt, heuvelachtig kalksteengebied, waar nu heel weinig meer groeit zodat het er woest en ledig uitziet. Dat geeft het een bijzondere uitstraling; grijs is het sleutelwoord. Historisch is het interessant omdat er heel veel prehistorische grafmonumenten staan - denk hunebedden. De bekendste daarvan heet de Poulnabrone Dolmen en wordt in het Engels een portal tomb genoemd. De Nederlandse wikipedia-site van portaalgraf heeft het uitsluitend over hunebedden ("een portaalgraf is een type hunebed"), en de site voor hunebedden vermeldt weer onder andere de Pounabrone Dolmen. Wie het weet mag het zeggen. Overigens is het ene portaalgraf het andere niet: de PD is tenminste zo'n 500 jaar ouder dan het gemiddelde hunebed, en waar hunebedden alleen konden worden gebouwd omdat de laatste ijstijd zo vrienelijk was hier en daar een zwerfkei achter te laten is hier steen genoeg voor vele duizenden dolmena. Hoewel kalksteen zelf dan weer niet zo geschikt is.

Kalksteen
Voordat wij daar zijn moet er nog opgestaan en ontbeten worden. Omdat we de ruimte hebben nemen we de tijd. Het ontbijt op bestelling is voortreffelijk, en gelaafd en gespijzigd rijden we de grijste van The Burren in. Het weer doet daaraan mee: voor het eerst is het niet blauw met (of zonder) wolken maar helemaal bewolkt, met een tint die varieert van licht- tot donkergrijs en weer terug. Ooit moet het hier groen en zelfs bebost zijn geweest, maar ook onze steentijdvoorouders waren al goed in het vernielen van hun eigen natuurlijke habitat, heel Ierland is in de loop van de millennia ontbost geraakt. Hier in dit deel is dat proces al lang, lang geleden voltooid, zodat een van de legerhoofdlieden van Cromwell opgemerkt schijnt te hebben, ironisch of niet, dat hier geen boom te vinden was om een mens aan op te hangen, en ook geen plas water om 'm in te verdrinken.

Poulnabrone Dolmen
Het weggetje is er een naar ons hart: smal en kronkelig. Behalve de Poulnabrone Dolmen moeten hier nog tientallen grafmonumenten zijn, maar die zijn goed gecamoufleerd en voor de oppervlakkige toerist zoals wij geen reisdoel. Misschien vanwege het relatief vroege uur zijn de bussen ook nog schaars, we spotten er maar een enkele voordat we de parkeerplaats bij de PD opdraaien. Dit stelt ons in staat om het inderdaad belachelijk veel op z'n eigen icoon lijkende stenen huisje in alle rust te zien en zonder storende aanwezigheid van anderen te fotograferen. Het feit dat hetin 1986 is ingestort en opgelapt deert ons niet, we zouden het ook niet opgemerkt hebben als het ons niet verteld was. Je kunt je natuurlijk achter je oren krabben en je afvragen of het ergens niet toevallig is dat zo'n kaartenhuis-constructie 5500 jaar na dato instort, net in het tijdperk van massatoerisme. Hoe vaak is het ding al eerder omgevallen en weer rechtop gezet, zonder dat iemand dat gedocumenteerd heeft?

Koeien op de weg!
We rijden verder oostwaarts en verlaten The Burren. De keus voor de smalste weggetjes heeft een onverwachte consequentie als we achter een kudde koeien komen te zitten die van A naar B geleid wordt. Haast hebben we uiteraard niet, we hobbelen er rustig anderhalve kilometer achteraan.

Als de weg weer koevrij is rijden we door naar Kilmacduagh, een van de twee tips van de baas van Cappabhaile House: de ruïnes van een oorspronkelijk 7e-eeuws klooster, in zijn tijd (maar dan hebben we het alweer over de 12e eeuw) ooit het kloppende hart van een bisschopdom. Daar is nu weinig meer van te zien: een reeks zeer vervallen gebouwen, en een van de ronde torens die we eerder gezien hebben, deze in de 19e eeuw gerestaureerd en daarom op het oog ongeschonden. Hij staat wel erg scheef, dit keer geen optische illusie. Het aardigst is dat de begraafplaats duidelijk nog gebruikt en onderhouden wordt: naast verweerde, onleesbare Keltische kruizen zien we een heleboel nieuwe grafstenen en van verse bloemen voorziene graven. De opschriften vertellen verhalen die je zelf nader kunt invullen: familiegraven waarin achtereenvolgens grootvader, kleindochter en vijftig jaar later grootmoeder

Kilmacduagh Monastery
De tweede tip is een bezoek aan een 19e-eeuws "werkhuis" in het stadje Purtumna, dat ternauwernood op onze kaart en niet in ons gidsje staat. Het systeem van werkhuizen is (in Ierland) onlosmakelijk verbonden met de verschrikkelijke hongersnood die hier geheerst heeft tussen 1845-1850, die de Ierse geschiedenis voorgoed veranderd heeft. Daar hebben we tot nu toe nog zo goed als niets van meegekregen in onze rondreis: weliswaar hebben we tot twee keer toe bordjes "famine museum" gezien (waarvan één zelfs "famine experience", al lijkt me daar een langer bezoek voor nodig) maar die hebben we genegeerd.

Portumna Castle: Renessaince-symmetrie
Als we Portumna inrijden blijkt ook daar een kasteel te zijn, dat we niet willen overslaan nu we er zo dichtbij zijn - vooral ook omdat ons een theetuin in het vooruitzicht gesteld wordt. Eerst die doen dan maar. Het blijkt nu eens geen middeleeuws kasteel te zijn maar eentje uit de renaissance, vrij zeldzaam in dit land. Het sleutelwoord is "symmetrie". Alleen een recente opgang voor rolstoelen doet daar afbreuk aan: hadden ze er daar nou niet twee van kunnen maken? De theetuin ligt er vriendelijk bij, helaas hebben ze er geen scones; we moeten het doen met een muffin en een Rocky Road, een mij nog onbekende gebakvariant die het meest wegheeft van een heel dikke chocoladereep.

Na aldus onze bijdrage te hebben geleverd aan de nodige verdere restauratie rijden we naar het werkhuis, een halve kilometer verderop. Daar wordt deze lacune in onze kennis vakkundig door een plezierige gids weggepoetst. De werkhuizen op zich waren een naar begrippen van destijds adequaat antwoord op een probleem dat de mensheid tot op dat moment niet kende: een grote werkloze bevolkingsgroep die zichzelf niet kon onderhouden en waarvoor de staat, en niet de eigen lokale gemeenschap, verantwoordelijk werd gesteld. In Nederland gebeurde iets soortgelijks in de veenkoloniën. Rond 1840 werden er naar Engels model 130 werkhuizen neergezet (later nog een stuk of 30), die elk tot 800 personen moesten kunnen herbergen: volwassenen en kinderen, die gesegregeerd werden opgeborgen, zwaar en nutteloos werk te doen kregen en in ruil daarvoor een minimale hoeveelheid eten kregen. Vooral zo onaantrekkelijk mogelijk, het was duidelijk bedoeld als allerlaatste redmiddel waar je alleen naar toe wilde als je anders dood zou gaan van de honger en ellende.

Slaapzaal in het werkhuis (vrouwenvleugel)
So far, so good; maar nu die hongersnood. Eigenlijk een losstaand gegeven maar door samenloop van omstandigheden verweven met het werkhuissysteem. In Ierland werd heel wat eetbaars geproduceerd, zoals graan en rundvlees; maar het meeste daarvan werd geëxporteerd en verkocht door de Engelse heren, de Ieren zelf aten vooral aardappels. Die aardappels nu werden vanaf 1845 een aantal jaar achter elkaar getroffen door een schimmelziekte waardoor de oogst mislukte. Resultaat: één miljoen doden (van de acht miljoen inwoners); het begin van de "Ierse diaspora" waarbij nog eens een miljoen Ieren emigreerden, in de jaren daarna gevolgd door nog velen meer; en een blijvende wrok tegen de Engelse overheersers die ook op het hoogtepunt van de hongersnood ijverig alle andere producten bleven exporteren. Men vond dat er toch veel teveel Ieren waren, en allemaal nog katholiek ook.

De werkhuizen veranderden plotseling van een plaats waar je nog niet dood zou willen worden aangetroffen tot een plaats waar je aan de dood kon ontsnappen, en werden daardoor veel populairder dan ooit de bedoeling was geweest; met als gevolg dat ze zo overvol raakten dat ze verwerden tot broedplaatsen voor besmettelijke ziekten, zodat er uiteindelijk heel wat inwonenden dood zijn aangetroffen.

Vaarwelgeschenk voor de Australiëgangsters
We mogen blij zijn niet in zulke tijden te leven. Geen verdienste van onszelf: de gewone Ier in 1945 had weinig opties. Emigreren was er één van: veel van de grootgrondbezitters, die wettelijk verplicht waren de werkhuizen in stand te houden, betaalden liever de 12 pond voor een kooi op een uitgaand schip dan 25 pond per jaar om een onproductieve mond te voeren. Meisjes van geschikte leeftijd (tussen de 14 en 18) en geschikt gebrek aan nog levende ouders (tussen de 0 en 1) konden ook uitverkoren worden tot functie als huishoudster in Australië, dat in die tijd te kampen had met een gebrek aan vrouwen. Daar stond zelfs een vergoeding tegenover. (Detail: in de werkhuizen at men zonder borden of bestek, dat was goedkoper. Je graaide je aardappels bij elkaar van de berg die midden op tafel werd gegooid en at die uit het vuistje. Niet de beste vooropleiding tot huishoudster die je je kunt denken.)

Ik kan nog wel even doorgaan, maar de tijd dringt, we willen ook nog Birr castle zien. Dat is weer zo'n 50 km verderop. We komen er tegen half vijf aan, nog maar net op tijd om het kasteel te kunnen bezoeken. De ingang is een merkwaardig kleine zijpoort; als snel blijkt waarom, het kasteel is bewoond! Bezoekers mogen de tuinen zien, en het Science Center - een verrassend element in combinatie met een kasteel. De verklaring blijkt te liggen in de hobbies van de kasteelheren in de negentiende eeuw, of eigenlijk meer dan hobbies: ze waren daadwerkelijk wetenschappelijk geïnteresseerd, en in 1845 (ten tijde van de hongersnood!) bouwde de toenmalige graaf, William Parsons, hier de grootste telescoop ter wereld, een imposant bouwwerk dat die die status zelfs 70 jaar mocht behouden. Daar is men met recht trots op. Het ding vergrootte 2000x en maakte het voor het eerst mogelijk detail te zien in de andere melkwegstelsels die ons universum rijk is.

Birr Castle: de grootste telescoop ter wereld
De parkgrote tuin is verder niet onaardig, maar ons bezoek wordt verkort door de tweede invallende regenbui van vandaag - de eerste trof ons tijdens ons bezoek aan het werkhuis. Na de gronden weer via dezelfde zijpoort verlaten te hebben doen we snel nog even lokaal inkopen, want opnieuw overnachten we ver buiten elke bebouwde kom, nabij het plaatsje Stradbally. Er is daar een magnetron die we kunnen gebruiken; zo kunnen we voor de verandering voor ons eigen kostje zorgen 's avonds.

Birr Castle: niet onaardig parkje
De weg is grijs en oninteressant. We pakken zelfs een stukje snelweg mee; de charme van landweggetjes is bij dit weer beperkt, bovendien was het een lange dag en zijn we best moe. Het huis waar we uitkomen is buitensporig groot en ingericht als een soort zigeunerwoning, vol tierlantijnen, kaarsen en kussens. We worden zeer hartelijk ontvangen door Regina en in haar kielzog Mick, die met plezier hun hele keuken ter beschikking stellen. In ruil daarvoor horen we hun verhalen aan en komen te weten dat de drie huizen naast het hunne door zussen en ouders bewoond worden. Aangezien dit de eerste huizen waren die we in twee grijze kilometers tegenkwamen is er nog veel ruimte voor volgende honkvaste generaties. Gezellig.

De meegebrachte magnetronmaaltijden zijn zeker niet slecht. De rest van de avond brengen we door met verslaglegging en het boeken van onderkomens voor de nog ongedekte nachten in Cornwall, volgende week. Margrieta valt lelijk over een onbegrijpelijke tree die midden door het huis loopt. Haar knie is meteen blauw. We waren al van plan het rustig aan te doen volgende week, dat idee gaat meer en meer leven.

Veel later dan de bedoeling was leggen we ons uiteindelijk te ruste. Het Ierland-hoofstuk nadert zijn einde!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Op het spoor van Arthur

De Hagedis

Weg van Engeland