 |
| Jerpoint Abbey: het juiste niveau van ruïneus |
Geslapen hebben we wel eens beter, al begint het bedformaat - telkens een maatje kleiner dan ideaal - inmiddels te wennen. De afleiding 's nachts in de vorm van verkeersgeluiden is hier geheel en al afwezig.
We moeten oppassen om het niet te hebben over een "English
breakfast": dat zou vast niet goed vallen, gezien de historische
spanningen. Het moet zijn een "Irish breakfast". Inhoudelijk volkomen
identiek. Je kan natuurlijk ook altijd nog "cooked breakfast" zeggen; heb ik altijd wat merkwaardig gevonden gezien het feit dat minstens de helft in de koekenpan en niet in het hete water gaat. Onze bestelling van gisteravond wordt in ieder geval onberispelijk uitgevoerd en staat om 9:15 voor onze neus te geuren.
 |
| Kloostergangen |
We hebben gisteravond genoeg van de vuurtoren gezien om geen wandeling aldaar te ambiëren. We laten daarom de provincie Wexford achter ons en klimmen weer hogerop in de kaart, richting Kilkenny. Vandaag beginnen we met de geestelijke macht: in casu die van de oude Cisterciënzer abdij van Jerpoint, bij het plaatsje Thomastown. In ruïnes vervallen, zo zien we ze het liefst; de ruïnes moeten bij voorkeur nog wel behoorlijk wat muren en hier en daar wat dak laten zien, maar gladgestreken muren zijn uit den boze en je moet toch wel minstens éénmaal bijna of helemaal je hoofd stoten voor de echt memorabele ervaring.
 |
| Nog steeds de abdij; géén kasteel! |
Jerpoint Abbey voldoet uitstekend aan de specificaties: de kloostergangen zijn nog duidelijk herkenbaar hoewel inmiddels aan regen en wind blootgesteld, iets soortgelijks geldt voor de kerk zelf. Deze is ook diverse malen verbouwd, zoals dat hoort (in feite ook een noodzakelijke voorwaarde voor een serieus te nemen ruïne). Als je het verhaal van dat soort verbouwingen snel leest lijkt het altijd alsof men weinig anders deed dan muren verplaatsen en ruimtes andere functies geven; pas als je het laat bezinken en beseft dat er telkens toch al snel 75 of 100 jaar tussen zat besef je dat het na een dergelijke periode misschien ook wel weer eens tijd wordt iets te renoveren. De moderne mens doet natuurlijk niet anders.
Boeiend is ook altijd te lezen over de machtsstrijd tussen de geestelijken, die natuurlijk eigenlijk ver boven primitieve menselijke sentimenten zouden moeten staan zoals "ik ben de baas", "jij doet het helemaal fout" of "die buitenlanders zijn niet te vertrouwen". Een enkeling ontstijgt dat niveau ook vast wel, maar in de massa zijn leden van religieuze orden niet minder bekrompen dan mensen die niet pretenderen een hogere macht te dienen. Zelfs binnen de Cisterciënzer orde met haar verheven doelstellingen terug naar de leer te gaan was het binnen een eeuw na haar ontstaan al haat en nijd, zo leert ons de historie van de abdij van Jerpoint.
Ongemerkt is het middaguur alweer voorbij. Margrieta heeft een geschikt cafeetje in Thomastown gespot; daar verkwikken we ons en werken we aan de volgende aflevering van de Sconequest. Er zit vooralsnog een stijgende lijn in, deze scoort (sconet?) een 7 (onder andere door de uitstekende aardbeienjam), maar er is nog veel ruimte voor verdere verbetering. De scones in onze jeugd waren beter.
 |
| De Bennettsbridge over de Nore |
Om de gemiste vuurtorenwandeling in te halen (en de wandelschoenen niet voor niets meegesjouwd te hebben) ondernemen we een Looped Tour bij Bennettsbridge, tussen Thomastown en Kilkenny. Uitstekend gemarkeerd en deel uitmakend van een nationaal netwerk: iets om te onthouden! Deze wandeling, zo'n vier kilometer lang, begint langs een tamelijk drukke weg maar duikt dan de weilanden in, met een schrikdraadje gescheiden van de schapen. (Wie daardoor tegen wie beschermt wordt is zeer de vraag; de mens in ieder geval niet tegen de schapenkeutels.) Het laatste stukje voert langs de rivier de Nore terug naar de auto. Een mooi stukje, ook zonder wandelschoenen goed te doen en onder prettige weersomstandigheden. De voorzieningen voor wandelaars om over, door of langs afscheidingen te komen zijn zeer vergelijkbaar met die in Engeland. Wellicht later een classificatie, als daar aanleiding toe is.
 |
St. Canice's Cathedral
(De toren staat in werkelijkheid ook scheef, maar niet zó scheef) |
Het is maar een kleine tien kilometer verder naar Kilkenny, hoofdstad van de gelijknamige provincie. Daar bevindt zich het kasteel dat wij vandaag willen bezoeken, na er per abuis gisteren geen te hebben aangedaan (tenzij je Powerscourt meetelt, waarvan het huis op de fundamenten van een middeleeuws kasteel is gebouwd - maar dat doen we niet). Het is hier aanzienlijk toeristischer dan in en rond Thomastown: de brave burgers van Kilkenny hebben er geen enkel bezwaar tegen als er stromen toeristen een deel van hun vakantiebudget hier achterlaten. Maar er is dan ook best wat te zien, te beginnen bij St. Canice's Cathedral, met daarnaast een 9e-eeuwse, beklimbare ronde toren die natuurlijk door mij en natuurlijk niet door Margrieta beklommen moet worden.
 |
| De smalste toren ooit beklommen |
Het is misschien wel de smalste toren waar ik ooit in geweest ben: maximaal 12 personen tegelijk worden toegelaten, je moet via steile ladders van een tree of 20 die telkens driekwart slag gedraaid staan ten opzichte van de vorige zodat je nooit meer dan één ladder tegelijk naar beneden kunt sodemieteren. Het uitzicht boven is zeker de moeite waard.
Van daaruit lopen we naar het kasteel, via de Medieval Mile dwars door het centrum. Dit is een best drukke maar tenminste wel allitererende straat (die eigenlijk High Street heet) vol opgeknapte huizen en winkels vol vrolijke prullaria. Helaas geen fleece voor Margrieta: zij blijkt het probleem dat ik aan het begin van deze blog beschreef in nog net iets hogere mate beleefd te hebben, zodat er uiteindelijk géén voldoende warme kleren zijn meegegaan. Dat blijkt dan toch wel iets te optimistisch geweest te zijn.
 |
| Where's Margrieta? |
Anders dan de abdij voldoet het kasteel helaas niet aan al onze eisen voor middeleeuwse bezienswaardigheden: het is veel te heel, zoveel zelfs dat er sprake is van interieur waarvoor je betalen moet om het te mogen zien. Voor hemelbedden en eiken kasten zijn we niet gekomen, dus we nemen genoegen met een informatief folmpje over de onstaansgeschiedenis. We komen binnen bij de zinsnede "begin twintigste eeuw verlieten de butlers het kasteel", wat mij de indruk geeft van een geheel berooide kasteelheer die zijn personeel niet meer kon betalen. Als het filmpje opnieuw start begrijp ik pas wat Margrieta al in het gidsje gelezen heeft, namelijk dat de kasteeldames en -heren zélf van het adellijke geslacht Butler waren. Zij en hun voorgangers hebben in de loop der eeuwen het hele kasteel diverse malen vrijwel helemaal gesloopt en opnieuw opgebouwd, telkens met geld uit winstgevende huwelijken. Van het bezitten en onderhouden van een kasteel word je niet rijk, zoveel is duidelijk. De familie heeft het uiteindelijk van de hand gedaan voor 50 Ierse ponden, daarna was de staat aan zet. En toen was het filmpje rond.
 |
Ah, there she is:
De kasteelvrouwe van Kilkenny Castle |
Het kasteel ligt wel heel mooi: enerzijds midden in de stad, anderzijds met een zeer uitgestrekt park aan de achterkant. We lopen er nog even omheen, daarna weer richting auto en zoeken dan ons heenkomen. Volgende bestemming: Cashel!
Voor deze nacht hebben we nog een stapje omlaag gedaan op de overnachtingsladder en ons heil gezocht in een AirBnB in plaats van een "officiële" B&B. Dat betekent wel dat je nog wat minder informatie hebt over waar je eigenlijk terecht komt en wat je daar aantreft. Zonder internet zou deze vorm van kamerverhuur helemaal niet kunnen bestaan, al was het maar omdat we de boeking pas twee dagen geleden geplaatst hebben (hoe moet je te weten komen wat er beschikbaar is zonder internet?) maar ook omdat de aanwijzing over de bestemming bestaat uit GPS-coördinaten (wat heb je daaraan zonder óf een navigator óf een knappe telefoon). Communicatie, betaling: alles wordt online geregeld. De prijs voor dit gemak en deze flexibiliteit is keuzestress: uitzoeken en kiezen van de accomodatie kan uren kosten, zo weten we inmiddels.
 |
| De Nore vanaf Kilkenny Castle |
Met behulp van GPS-code en een tekstuele beschrijving ("white double picket gate, green door") komen we bij het huis waar we wezen moeten. Het ligt opnieuw een aardig eind van welke bebouwde kom dan ook, in een rijtje vrijstaande huizen midden in de heuvels. Onze kamer is een soort serre met eigen toilet, helemaal los vooraan het huis gebouwd. Sally begroet ons, legt uit waar het ontbijt uit bestaat (krentenbrood zo uit de vriezer) en dat de lamp in het toilet het niet doet maar det er wel een zaklantaren is. Een vriendelijke oude dame, je kunt je afvragen waar ze haar dagen mee slijt, kennelijk alleen midden in de heuvels.
 |
| Niet onze B&B |
We zijn hier alleen om onze koffers te droppen, want we moeten nog eten; dat doen we in Cashel, waarvoor we dus nog een eindje moeten rijden. Op de rit er naartoe, zien we in de avondzon plotseling een prachtig gelegen ruïne opdoemen, op het oog voornamelijk bestaande uit hoge muren. Dit moet de Rock of Cashel zijn waarmee ons programma morgen begint. Een verheugend vooruitzicht.
In Cashel vinden we al snel een restaurant dat aan onze wensen voldoet (niet te duur, geen verschaalde bierlucht en met aantrekkelijk uitziende gerechten) waar we ons beiden te goed doen aan een pie die de moeder van Margrieta beter kan. Maar het is warm en komt snel, wat onder deze omstandigheden niet zo eenvoudig voor Ineke's pies geregeld zou kunnen worden. Dan wandelen we nog naar een SuperValu voor een paar kleine inkopen voor vanavond en morgen overdag. Het is nog steeds licht als we weer bij Sally arriveren. De ligging van onze kamer maakt het eenvoudig om ons bed in te rollen zonder sociaal te hoeven wezen, dus dat is precies wat we doen.
Ik zou wel meteen op zoek gaan naar een mystery-novel van Peter Tremayne, al sliepen jullie niet in de Bruden Fidelma B&B.....altijd leuk voor de couleur locale!
BeantwoordenVerwijderenEn wat een ongelofelijke enge, steile trap zeg...groot gelijk, Margrieta...zou ik ook niet gedaan hebben!