 |
| Tuinban met korstmos |
Onze waardering voor onze B&B daalt 's nachts sterk: leuk hoor zo'n krakend huis vol tierlantijnen, maar een beslaapbaar, ongekuild matras is daarmee toch in principe wel verenigbaar. Niet in Penkerris: hier staat de tijd stil, de klimop zal verder groeien tot het huis niet meer te onderscheiden is van een begroeid stuk steen, een ruïne waarvan toekomstige generaties zich zullen afvragen hoe het eruit zag toen het nog bewoond was.
De ontbijzaal was al vol zonder mensen erin, de combinatie met ontbijters maakt de belevenis compleet. Het is niet eenvoudig de eters in te delen in de normale categorieën toeristen (jongere stellen, gezinnen, oudere echtparen, groepen wandelaars van diverse grootte). Bij het afrekenen komt een deel van de verklaring: de eigenaresse deelt me in vertrouwen mee dat ze haar familie op bezoek had. Honderd procent gelukkig kijkt ze er niet bij.
 |
| The Old Vicerate |
De lucht is bepaald grauw en lekt een beetje als we iets verder westwaarts rijden, naar St. Ives. Daar hebben we twee nachten geboekt in een onderkomen dat, naar de prijs te oordelen, wat comfortabeler zou moeten zijn: The Old Vicarage. Als we vlak in de buurt zijn komt de straat me plotseling erg bekend voor; kort daarna rijden we inderdaad langs de camping waar ik een vijftiental jaar geleden een paar weken stond, in een vorig leven.
 |
| Geevor Tin Mine |
De oude pastorie is een mooi, statig gebouw midden in een relatief jonge woonwijk. Je ziet het niet aankomen en zou het zonder hulp niet vinden: een onooglijke oprit op, en plotseling een, opnieuw beklimopt, gebouw met tuintje en prieeltje, deze niet bemost. Het is nog geen half elf; gelukkig heb ik gemaild of het een probleem was als we vroeg zouden komen, en we kunnen een onbezet gebleven kamer meteen al betrekken. Daar maken we dankbaar gebruik van door nog een uurtje op bed te gaan liggen. Het bed is helaas niet breder dan het vorige, maar op de kamer staat een tweede en desgevraagd zal dit worden opgemaakt voor een hopelijk iets uitgruster resultaat.
Iets uitgeruster en met inmiddels aanzienlijk opgeknapt weer rijden we langs de kust nog een stukje verder naar het westen om daar een oude mijn te bezoeken, de Geevor Tin Mine, pas in 1990 gesloten. We zijn er die vijftien jaar geleden ook geweest, toen was het eigenlijk nog maar net als toeristische site heropend. Veel is er op het oog sindsdien nog niet veranderd: de bovengrondse werken, waar het metaal ter plekke uit het erts gewonnen werd (verhouding: 1 kilo tin uit 100 kilo erts), zien er nog steeds uit alsof ze na dertig jaar geleden op slot te zijn gegaan gisteren weer geopend zijn. Alles zit onder het rode stof, het is binnen een doolhof van houten gangetjes an machines die het steen in al maar kleinere brokken vergruizelden.
 |
| Verwerking van tinerts |
In de gebouwen er omheen is wel een modernere expositie gecreëerd, met wetenswaardigheden over allerlei aspecten van mijnbouw in het algemeenl, in Cornwall in het bijzonder en in Geevor nog specifieker. Sommige van de algemene dingen heb ik me niet eerder afgevraagd: wat is de correcte Nederlandse vertaling voor
brass (een legering van koper en zink), en voor
pewter (een legering van tin en lood)? Brass ken ik van
brass instruments (koperblaasinstrumenten) en
not a brass farthing (nog geen - koperen - stuiver); pewter volgens mij van metalen servies. Het alwetende internet geeft voor het eerste
geelkoper (verwarrend) en voor het tweede
tin (verwarrend en incorrect). Wie weet iets beters?
 |
| Klaar voor een bezoekje aan de oude tinmijn |
We lopen ook door een voor mij nieuw, maar in werkelijkheid juist veel ouder stuk mijn waar al in de 19e eeuw mannen en kinderen naar binnen werden gestuurd voor hun dagelijkse ondergrondse arbeid. Niks boren en dynamiet: hakken, de godganse dag lang! De gangen zijn niet veel breder dan de ertsader, die op zijn burt niet veel breder was dan een halve meter: eenrichtingverkeer dus, hier en daar in zijsluitpas, en onder voortdurend bukken. De verplichte helm komt ons goed van pas. Voor Margrieta is een verblijf van amper een kwartier al ruim voldoende.
 |
| Dry |
Het sluitstuk is de "dry" waar de heren na een dag gedane arbeid even konden douchen en bijpraten. Ook hier verwacht je elk moment een lichting stoere mannen de hoek om te zien komen, om naar hun locker te lopen en de roodbestofte werkkleding in te ruilen voor hun klaarhangende, iets schonere bovendegrondtenue. Toen de boosaardige Margaret Thatcher de nekslag gaf aan de Britse mijnindustrie, en de zaak hier voorgoed tot stilstand bracht, kwam er niet direct de volgende dag iemand langs om de boel schoon te maken en op te ruimen.
 |
| Voedsel uit de diepten |
Het is boeiend, maar ook vermoeiend; we moesten maar weer terug naar onze B&B. Op advies van onze landlady hebben we voor het avondeten een tafel gereserveerd, en wel in het Porthminster Beach Café waar de zeedieren vers en lekker moeten zijn. Het is op loopafstand, ruim geïnterpreteerd: van de drie strandjes die St. Ives rijk is, is deze het verst verwijderd van de Old Vicerage. De kwaliteit van het eten maakt voor Margrieta veel goed; ik ben niet hongerig genoeg om te willen delen in de geneugten van voedsel uit de diepten en houd het bij een eveneens prima smakende vegetarische schotel.
Op de terugweg lopen we een klein stukje door het centrum, waar het net iets te druk is om gezellig druk te mogen heten. We stoppen bij een ATM voor wat Engelse contanten - het plastic geld heeft het al twee keer laten afweten, de paar door M meegebrachte ponden zijn nu op - en bij een Coop voor wat Engels water. Daarna is het nog 100 meter omhoog, en we zijn waar we wezen moeten. Het tweede bed is inderdaad opgemaakt, niets dan de vreugde van het bloggen staat nog tussen ons en onze nachtrust.
Ja, romantiek is leuk, erg leuk zelfs, maar als je lijf er onder gaat lijden, blijft er weinig te genieten over! Kunnen jullie ook weer bijschrijven op jullie lijst van ervaringen!
BeantwoordenVerwijderenSt Ives...is dat niet een kunstenaarskolonie? Waren jullie daar in dat vorige leven met de Wervelstorm? (Mark the capital!)
St. Ives heb ik twee keer eerder bezocht: eenmaal met Wervelstorm, eenmaal (meen ik) met Jan van Gent - het zou ook de merkloze tent daarvóór geweest kunnen zijn, die we uiteindelijk na een zomer op Terschelling hebben laten staan toen de regen er een einde aan maakte.
VerwijderenIn Cambridge maakten we kennis met brass-rubbing: in een paar kerken konden toeristen (met name kinderen/studenten) koperen (?) grafbedekkingen of gedenkplaten kopiëren op menslange papieren door wrijfhandelingen (ongeveer zoals je krasloten bewerkt om het nummer te zien). Tamelijk populair in het toeristenseizoen: wachttijden en zo. Zie verder wikipedia.
BeantwoordenVerwijderen