 |
| Margrieta en Arend bij de Cliffs of Moher (de zonnestraal is gratis) |
De nacht is kort en niet erg rustig: hoewel de bar aan een smal straatje ligt, blijkt dat niet synoniem te zijn met een rustig straatje: al vrij vroeg wordt het intensief gebruikt door auto's van allerlei formaat.
Na een redelijk ontbijt doen we eerst even boodschappen en trekken aldus nog enig profijt van onze aanwezigheid in een stadje: ik haal broodjes voor vandaag bij de Tesco, Margrieta vult haar garderobe aan door snel toch maar een vestje te scoren bij de Penneys om de hoek. Dat is allemaal in no time gebeurd, we rijden, volgens plan, voor tienen weer de stad uit.
 |
| Veerpont |
Een plan was nuttig omdat we om 11:00 uur een veerpont willen halen die ons van Kerry een county noordelijker brengt, naar Clare. Dit veer steekt een diep het land insnijdende zeearm af. (Moet zoiets niet een schiermeer heten?) Zo missen we weliswaar Limerick, en daarmee de kans om in de voetsporen van Wim aan al onze bekenden kaartjes met vijfregelige gedichtjes te sturen; maar behalve die rijmvorm lijkt er weinig te zijn dat een bezoek de moeite waard maakt. In plaats daarvan rijden we wel weer een heel stuk over de Wild Atlantic Way.
Een veerpont is altijd een leuke onderbreking in een autorit, in ieder geval als je geen haast hebt. Deze trekt zich van zijn officiële vertrektijden weinig aan, is 10 minuten te laat of 20 te vroeg (het tweede klinkt wat minder waarschijnlijk, maar waarom eigenlijk?) zodat we een boot eerder op een minuut of vijf missen. Het geeft niet, want we hebben geen haast.
 |
| Klif bij Kilkee |
Vanaf de noordelijke steiger, bij Killimer, gaat de WAW eerst naar Kilkee. (Het voorvoegsel "Kil-" betekent overigens "kerk" in het Keltisch; geen wonder dat er veel gekild wordt in Ierland. Het ook al vaak voorkomende en nog vreemder klinkende "Bally-" of "-bally" is het beste te vertalen met "-plaats".) Bij Kilkee maken we halt om, op aanraden van Janine, een stukje kustwandeling te doen. Het is een aardig, beetje saai uitziend kustplaatsje, rond een baai die op het eerste gezicht een breed zandstrand lijkt te hebben maar op het tweede gezicht bij vloed zal vollopen. Het Diamond Rock Café, waar de wandeling moet starten, blijkt aan de zeekant te liggen en zeer populair te zijn: op een tamelijk vlak rotsbed ernaast, dat ook vermoedelijk bij vloed onder water staat, zien we tientallen dappere badgasten in de waarste zin des woords. Daarvoor is het toch wel een beetje aan de frisse kant, hoewel de zon, die alweer het grootste gedeelte van de tijd schijnt, wel uitnodigend is.
Het wandelpad blijkt breed, geasfalteerd en populair. Niet onbegrijpelijk, want het leidt inderdaad langs en over een tamelijk spektaculaire klif. Toch verandert het geciviliseerde van een asfaltpad de sfeer: hier wordt op industriële schaal gerecreëerd, ook rolstoelgangers en buggygezinnen hebben recht op een klifwandeling. Een gemotoriseerde rolstoel is daarbij overigens wel een must, want het asfalt heeft de verticale afstanden niet kunnen verzachten. (Buggies hebben uiteraard al een motor, een biologische.)
 |
| Terugkijkend van de klif bij Kilkee |
In plaats van de voorgenomen rondwandeling doen we een heen-en-weertje, het is natuurlijk de klif waarvoor we gekomen zijn, de inlandse terugweg is niet zo boeiend. Het café is veel te druk om daar een koffie te willen nemen; we stappen weer in. Iets verder noordwaarts along de Way komen we langs een echt stukje strand, met de intrigerende naam Spanish Point; dat is een mooi punt voor een pauze en de noodzakelijke cafeïne.
Ergens gedurende de lange periode van Engelse overheersing bestond de angst dat het katholieke deel van Ierland zou gaan heulen met de Spanjaarden. Spanish Point is echter niet een landingsplaats voor de Spaanse armada, zoals we even denken, maar een strand waar een heleboel dode Spanjaarden zijn aangespoeld na een schipbreuk - van een Spaans galjoen, dat dan weer wel.
 |
| Nog een keer Moher |
De laatste toeristische bestemming van vandaag is (zijn?) de Cliffs of Moher, die heel hoog op elke lijst staan, vanwege de dramatische manier waarop hier het land ophoudt: met een honderd metere hoge verticale rots. Gewaarschuwd door Meiele rijden we de officiële parkeerplaats voorbij en stoppen een kilometer verderop, om van daaruit naar de kust te lopen voor een zij- in plaats van een bovenaanzicht. Alleen dat geeft natuurlijk daadwerkelijk de sensatie van verticale majestueusiteit. Het voorbijrijden doen we met veel plezier, de drukte straalt wachttijden en frustratie uit. Het door Meiele op de onvolprezen Google Maps aangewezen, bijzonder smalle landweggetje blijkt weliswaar ook anderen ingegeven te zijn, maar we drukken onze auto routineus in de berm en schuiven het probleem van het omkeren en terugrijden nog even voor ons uit.
 |
| Buitengewoon gevaarlijk |
Het punt waarop we uiteindelijk uitkomen en de foto's nemen die al honderdduizenden anderen voor ons genomen hebben is gemaakt voor dit doeleinde. Vandaar dat er ook duidelijk staat dat het geen pad is en uiterst gevaarlijk. Anders dan bij de Kilkee-wandeling staan hier trouwens niet om de paar honderd meter bordjes met de boodschap dat het kan helpen om met anderen te praten en dat beweging een probaat middel tegen depressie is. Je moet dan ook best een eindje rijden om hier te komen, men zal geconcludeerd hebben dat dit voor de doorsnee zelfmoordlustige teveel moeite is. We vragen een Duitser die zichzelf door zijn vrouw met professionele apparatuur in allerlei standjes laat fotograferen of hij ons ook even wil doen. Handiger dan fotoshop.
Als dat kleine rotspuntje niet zo kek uit de zee zou steken, zou deze plek dan net zoveel toeristen trekken? Zomaar een vraag.
Scepsis terzijde: het is mooi en we zijn blij de Cliffs of Moher op de lijst van de door ons (samen) bezochte plekken te kunnen bijschrijven. Ikzelf vind alleen dat dit toevallige stukje natuurschoon veel minder bepalend is voor Ierland dan de meeste andere dingen die we gezien hebben. Kliffen vind je op heel veel andere plaatsen ter wereld, de bijzondere mix van geschiedenis is uniek Iers.
Het uitparkeren en de terugkeer via hetzelfde landweggetje voorlopen voorspoedig genoeg, al hebben nog een flink aantal ons gevolgd en blijk niet iedereen het verschil tussen een passeer- en een parkeerinham helemaal te vatten. We rijden verder noordwaarts richting The Burren. Oorspronkelijk hebben we overwogen om vandaag nog een bezoekje te brengen aan het iconische prehistorische portaalgraf aldaar, maar de B&B lonkt en we besluiten om dit stukje tot morgen uit te stellen. Wetenswaardigheden over The Burren zullen dus ook nog een dagje moeten wachten. We stoppen alleen nog even voor de dagelijkse inkopen, in een plaatsje met de onbegrijpelijke naam Lisdoonvarna.
 |
| Een verademing |
Het Cappabhaile House ligt prachtig, onze kamer en ons bed zijn een verademing. Vannacht zullen hoogstens de koeien ons uit de slaap houden. De aardige, spraakzame gastheer geeft ons een paar interessante tips voor morgen; waar we eerst bang waren op zaterdag niet zoveel boeiends tegen te zullen komen, lijkt het er nu op dat we nauwelijks genoeg tijd hebben. Zijn vrouw maakt met plezie plaats in de koelkast voor de paar gekochte biertjes; als ik er uiteindelijk mee aan kom lopen moet ze lachen, ze is nog steeds een beetje aan het bijkomen van de grote groep van gisteravond en had kennelijk een heel krat verwacht.
 |
| Moet ook gebeuren... |
We rijden nog even op en neer naar het eigenlijke plaatsje Ballyvaughan om een hapje te eten, en komen na even zoeken bij een Italiaan uit (een keuze waarmee ik Margrieta een portie zeevoedsel uit de mond stoot). Lekker en snel, we zijn ruim op tijd terug bij de B&B om een klein handwasje te doen (Margrieta), uitgebreid verslag de toen van eergisteren (Arend, ik loop inmiddels hopeloos achter) en ook uitgebreid te speuren naar geschikte overnachtingsplaatsen in Cornwall (Margrieta en Arend). We vinden allebei dat het tempo wel wat omlaag mag de komende week, dus zoeken leuke, betaalbare plekjes voor meerdere successieve nachten, maar dat blijkt nog niet mee te vallen. Succes volgt pas als we afzien van het gemak van de online-beschikbaarheidscheck en er een paar mails aan spenderen. Hoewel booking.com in deze tijd erg machtig is zijn er ook nog heel veel kleinere B&B's die niet meer dan een primitieve eigen website met een email-adres en telefoonnummer hebben - en misschien ook wel net zoveel die niet eens dat hebben: in sommige straten lijkt om het andere huis een B&B-bordje in de tuin te hebben. Zouden er nog mensen zijn die op de bonnefooi een stadje in rijden en dan huis aan huis vragen of er nog een kamer beschikbaar is? Nog niet zo lang geleden was dat de norm!
Wat een zaal! Daar zullen jullie wel lekker gebivakkeerd hebben!
BeantwoordenVerwijderenVliegen jullie nu ook met Ryan Air? Ze doen wel vervelend....ik hoop dat alles naar wens verloopt!