Driekastelendag

Deel van de Rock of Cashel
Om het gemiddelde recht te zetten staan vandaag drie kastelen op het programma. Een bijzondere prestatie is dat trouwens niet: inmiddels raken we langzaam doordrongen van de mate waarin de middeleeuwse Ierse geschiedenis het bouwen van een kasteeltje, al was het maar een kleintje, zo'n beetje een must maakten voor iedere zichzelf respecterende herenboer. Waar anders moet je je terugtrekken als er weer eens een boevenbende op pad is, en waar moet je je schuilhouden voor je boze buren nadat je het gerechtvaardigde deel van hun vee had teruggepakt? Waar wetteloosheid heerst maken mensen eigen regels, en om die te kunnen handhaven zijn dikke muren nodig. Op het hoogtepunt, zo rond de 15e eeuw, stonden er naar schatting 3500 ééntorenkasteeltjes in Ierland. Ik vind dat wel veel.

Bagraven op de Rock
Cashel Rock (we weten nog steeds niet of het Cashél of Càshel is) is heel wat groter dan een ééntorenkasteeltje, maar het bijzondere is dat het eigenlijk al heel lang geen kasteel meer is maar een kerk. Na ontdooien en nuttigen van het krentenbrood, belegd met de gisteravond nog inderhaast aangeschafte mature cheddar, en na een routineuze inpakactie, reden we er via dezelfde route als gisteren weer naartoe, en hadden dezelfde beleving van de eerste blik op het plateau waarop de ruïne al eeuwenlang indruk staat te wekken. Magnifiek.

Kathedraal op de Rock
Op dit moment trouwens niet zonovergoten, anders dan gisteravond: er trekken vandaag wat buitjes over, en een daarvan bevochtigt Cashel Rock op het moment dat wij er arriveren. Gelukkig is het verkleinwoord hier absoluut op z'n plaats: langer dan 10 minuten hebben ze nog niet geduurd, en daarna komt de zon al snel weer tevoorschijn. Het Ierse weer houdt zich boven verwachting goed, de verslechtering die Met Éireann in het vooruitzicht blijft stellen schuift steeds verder richting eind van de week; die trend extrapolerend zal het pas echt gaan regenen als wij in het vliegtuig naar Newquay zitten.

Welkom!
Van dichtbij kunnen de Rockruïnes de eerste indruk niet evenaren. Dit ondanks een gids waar we ons tegen onze gewoonte in bij aangesloten hebben: hij licht vooral het oudste van de nog aanwezige bouwwerken toe, Cormac's Chapel (eerste helft 12e eeuw), die er interessant genoeg het jongste uitziet. De stenen zijn gelig in plaats van grauwgrijs. Verklaring: de hele kapel heeft net bijna tien jaar onder een doek gestaan om uit te drogen, dit omdat de boel aan het instorten was. Hieruit valt op te maken dat deze soort steen in 900 jaar zo doordrenkt kan raken dat-ie er onstevig van wordt (een soort betonrot avant la lettre), en dat-ie daarbij een duidelijke kleurverandering ondergaat. Vergeten te vragen waaruit de rest van de gebouwen hier is opgetrokken: moet daar misschien niet ook een parapluutje boven voor de komende tien jaar? Is dat misschien bij vergrijsde ruïnes in het algemeen een goed idee?

De deur staat altijd open
Zonder hulp van de gids zijn we met de kerk die er een paar eeuwen later naast gezet is een stuk sneller klaar. Een beetje doelloos struinen we nog over het omringende gazon, maar het wauw-effect van de eerste aanblik keert niet terug. Wel nemen we nog een geschiedenisles, in het Duits, in de vorm van becommentarieerde lichtbeelden die de lokale variant van de voortdurende strijd tussen Ierse clans, koningen, en religieuze leiders verhalen. De historie van de Rock is daarbij langer en van meer nationaal belang dan elders - maar desondanks niet bekleven, behalve dat al vroeg in die geschiedenis een kasteelheer niets beters wist te bedenken dan de hele rots cadeau te doen aan de kerk, om zo een wit voetje te halen en tegelijk van de onderhoudskosten af te zijn.

Van Cashel is het niet zo ver naar Cahir, waar het tweede kasteel van de dag te vinden is. Niet gelegen op een bergpunt of plateau deze keer, maar juist bij een overgang over een rivier, de Suir. Het bekende werk: gebouwd, belegerd, nog even eigendom van de Butlers (die ook dit kasteel allang weer verlaten hebben), nog eens belegerd, in handen van Cromwell gekomen (de man heeft zich zo geliefd gemaakt bij de Ieren dat hij in alle eeuwen daarna model heeft gestaan voor brute overheersers waartegen je vooral in opstand moet komen), in onbruik geraakt, vervallen, weer gerestaureerd, weer vervallen, laatste kasteelheer dood, in handen van de staat, weer gerestaureerd, toeristische trekpleister. Niet heel groot, redelijk bewaard (of eigenlijk gerestaureerd dus).

Cahir Castle
Eén belegering, in 1599, is uitgebreid gedocumenteerd en met behulp van een maquette gedemonstreerd; dat laatste zou men vaker mogen doen. Probleem is natuurlijk het gebrek aan historische precisie; in dit specifieke geval zijn de historici geholpen door een reeks houtgravures, weliswaar van enige decennia (dus al snel een generatie) na de gebeurtenis zelf, maar toch meer broninformatie dan te doen gebruikelijk.

Cahir van binnen, met origineel valhek
We zijn sinds gisteravond fan van de SuperValu, waarvan er een direct aan de andere kant van de brug blijkt te zijn. We halen er koffie, bananen en alcoholica om de rest van de dag en de avond mee door te komen. Daarna is het tijd voor de rit naar het volgende kasteel, bij Cork.

De provincie waar wij totnutoe de hele dag in hebben rondgetoerd is Tipperary. Een naam bekend uit een lied dat ik alleen ken omdat Lucky Luke het aan het eind van elk stripalbum zingt terwijl hij de ondergaande zon tegemoet rijdt: It's a Long, Long Way to Tipperary. Ik heb altijd aangenomen dat dat een locatie in de VS is, misschien wel een oorspronkelijk Indiaanse naam; maar nee, het lied blijkt toch echt te gaan om deze Ierse provincie en een oorspronkelijk Keltische naam te zijn. It's a Long Way to Tipperary (maar 1x long) is oorspronkelijk een Engels spotlied op Ierland, maar is in de eerste wereldoorlog gebruikt als marcheerlied (en laat zich prima combineren met Put All Your Troubles in an Old Kit Bag).

(Terwijl ik het bovenstaande typ zoek ik het nog even na en blijk er helemaal naast te zitten wat Lucky Luke betreft: hij zingt I'm a Poor Lonesome Cowboy, and a Long Way from Home. Waar ik dat Tipperary dan van ken weet ik niet...)

Hoe dan ook, het bovenstaande was eigenlijk bedoeld als opstapje voor het feit dat we weer van provincie wisselen: Cork is de hoofdstad van Cork. Het kasteel waar het ons om gaat, Blarney, ligt niet in de stad maar wel in de provincie Cork; om precies te zijn in het plaatsje Blarney. Het is zo'n anderhalf uur rijden, waarbij de navigatie is ingesteld om snelwegen te vermijden. Dat bevalt goed, we rijden over leuke en niet al te drukke wegen. Het landschap is prachtig, heuvelachtig, met veel akkerbouw en weidelandschap: in feite doet het (mij) erg aan Cornwall denken, het mist de ruigheid die ik in gedachten en uit verhalen altijd met Ierland geassocieerd heb.

Blarney Castle
We bereiken Blarney tegen een uur of vijf 's middags. Het kasteel, met uitgestrekt parklandschap eromheen, lijkt ingericht te zijn voor een dagje uit met het hele gezin: dat blijkt uit de prijzen (twee keer zo hoog als wat we tot nog toe voorgeschoteld kregen), en uit de borden met opschriften (minder tekst in een groter lettertype, in simpeler bewoordingen, en ongeveer voor het eerst in Ierland zonder variant in Gaelic). Om deze tijd zijn de meeste gezinnen alweer vertrokken, het is er rustig. In de nog altijd stralende zon ligt het er erg mooi bij. We eten eerst maar eens een ijsje voordat we verder gaan exploreren.

Het meest bekende aan Blarney Castle is de Blarney Stone. Dit is een van de bouwstenen helemaal in de kantelen van de grote vierkante toren, die ieder die er een zoentje op geeft grote spraakvaardigheid verschaft. Waar dat verhaal van die steen vandaan komt weet niemand, maar het Engelse woord "blarney" in de betekenis "lulkoek" of "vleierij" is etymologisch verbonden met dit kasteel, of liever gezegd met de kasteelheer in de tijd van Elizabeth I: hij had zoveel mooie praatjes die verklaarden waarom hij niet even naar Engeland overstak om zijn geloofsbrieven aan te bieden dat zij in vertwijfelinng zou hebben uitgeroepen: "It's all blarney!", of iets in die geest.

Zoenritueel Blarney Stone
Omdat het zo rustig is en wij dit hoogtepunt van flauwekul niet willen missen beklimmen we meteen de toren richting steen. De bordjes "vanaf dit punt nog 90 minuten wachten" en zo meer zijn we snel voorbij: pas op het laatste stukje wenteltrap belanden we in een rij spraakwaterzoekenden, die in een minuut of tien allemaal een zoenbeurt krijgen. Het zoenen zelf blijkt nog wat acrobatiek te vereisen: je moet liggend achterover hangen om mond dicht genoeg bij steen te brengen voor de vereiste intimiteit. Margrieta is al voldoende uitgedaagd door de nauwe trap en smalle hoogte en ziet van het zoenen af. Ik geef haar snel een zoentje om het effect toch nog een beetje over te brengen.

Uitzicht over het park vanaf de hoofdtoren
Spraakzamer dan ooit dalen we af en brengen nog een kort bezoekje aan het Stone Close, een 18-eeuws (heus waar) romantisch donkere-bomen-bos met hoogtepunten zoals een rots met het profiel van een heks en een traptunnel waar al je wensen in vervulling gaan mits je er volcontinu aan denkt tijdens het met gesloten ogen afdalen en weer beklimmen van de trap. Ik zou er als kind zeker van genoten hebben, maar voor de volwassen Arend heeft de scepsis de overhand. Die trap heb ik natuurlijk desondanks gedaan, en mijn wens is uitgekomen (de volgende dag mooi weer).

De geboekte (Air)BnB voor vanavond ligt nog een stukje verder naar het westen, en nog een provincie verder ook: we rijden nu Kerry in. Vrij plotseling verandert het landschap van heuvelachtig naar bergachtig, en verdwijnen de meeste tekenen van bebouwing. Dit lijkt meer op het stereotiepe Ierland! Grappig dat de overgang zo abrupt is.

De locatie van de gereserveerde plek overnachting vinden is opnieuw geen sinecure. We belanden ver buiten elke vorm van bebouwde kom, een paar huizen aan een sfeerloze bergweg. Ondanks de GPS-code rijden we eerst het huis voorbij, om door een vriendelijke, net verstaanbare buurman tereug te worden gewezen naar het juiste pand. Onze kamer is een soort serre, wel met eigen douche/toilet maar auditief niet geïsoleerd van het eigenlijke huis. Dat voelt niet helemaal fijn. Een andere onverwachte ontdekking is dat we niet op een ontbijt kunnen rekenen: het blijkt dat de tweede B in AirBnB loos kan zijn. Onze avontuurlijke instelling wordt enigszins op de proef gesteld.

Reacties

  1. Genoten van de beschrijving(en).En korte reactie op een bijzaak, kort ook omdat ik vrees dat dit alles weer verdwijnt.
    Na de oorlog zongen we straatliedjes als Ouwe Taaie en It’s a long way to Tipparary, voor mijn idee in Amerika gelegen. Mijn vakatieherinnering aan dit lied komt uit Terschelling. De weg tusse West en paal 8 heet Long Way, en ik heb daar nooit kunnen nalaten om al fietsend dit lied te zingen. Twee jaar geleden voor het laatst.
    Overigens beseffen we nu hoe weinig we van Ierland hebben gezien!
    Wim

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat besef dat wij wel erg weinig van Ierland hebben gezien, groeit bij mij ook....maar het is ook zo, dat in principe een fietsvakantie iets heel anders is dan zoals jullie het doen. je fietst een route, en het gaat om die route, het landschap, de sfeer. Bezienswaardigheden zijn mooi meegenomen, als je route er langs loopt, en in een geaccidenteerd landschap leer je gauw af om detours te gaan maken...wel het graf van Yeats bezocht in Drumcliff.
    Ik herinner me vooral mooie eenzame wegen, de rust en ruimte, de enorme bloemenrijkdom, de aardige mensen en hun heerlijke taal, de kerkhoven met al die Keltische kruisen...
    Ik lees in ons plakboek dat we een bustocht langs de ring van Kerry wilden maken, maar die bus ging nog niet, want we waren te ver buiten het seizoen. Het was eind mei/ begin juni.
    Leuk om te lezen allemaal. Een beetje een sprookjesland; spreekt me enorm aan!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Op het spoor van Arthur

De Hagedis

Weg van Engeland