Blackpool fair city

The Tart with a Cart, aka Molly Malone
Vandaag is onze dag in Dubh Lind, te vertalen als Zwartemeer. Op basis van het liedje heb ik altijd aangenomen dat het een mooie, zelfs lieflijke stad is. Gisteren was er al even reden om aan de waarheidsgetrouwheid van dat lied te twijfelen: de "sweet Molly Malone" blijkt bijgenaamd de "Tart with a Cart" te heten, en van haar koperen standbeeld glimt dan ook vooral de pronte décolleté.

Voor de eerste twee programma-onderdelen hoeven we het universteitsterrein niet af. De Buttery om de hoek voorziet ons van een mensa-niveau cooked breakfast voor een mensa-prijs, genuttigd in een zaal met al evenveel uitstraling als het interieur van The Pavillion gistermiddag. Zoals toen ook al opgemerkt: net als in Oxford en Cambridge is er een groot contrast tussen de voorname façades en de basale faciliteiten binnen.

Mijn herhaalde vergelijking met de twee beroemde Engelse universiteiten heeft een reden: Dublin University, hoewel een viertal eeuwen jonger, is opgezet naar analogie met die twee, en vormt met hen in bepaalde opzichten een academische drieëenheid. Een belangrijk verschil is wel dat Trinity College het énige college is in Dublin is, en dus in feite synoniem met de universiteit, waar er in Cambridge en Oxford meer dan een dozijn zijn en de relatie tussen colleges en universiteit voor een buitenstaander niet te vatten zo complex is.

(Niet) wachten voor het Book of Kells
Het tweede item op het menu van deze dag is een bezichtiging van het al genoemde Book of Kells, een foliant van zeer eerbiedwaardige leeftijd, vooral bekend om de nauwelijks te bevatten verluchtingskunst. Het bevindt zich op de begane grond van een bibliotheekgebouw waarvan de eerste verdieping, de eigenlijke bibliotheek, gevuld met eeuwenoude boeken en zelf ook zeer bezienswaardig is. Bij aankomst schrikken we van de zeker honderd meter lange rij wachtenden buiten, maar de door Margrieta van tevoren aangeschafte toegangskaartjes geven ons het recht een andere opgang te gebruiken, waar de rij momenteel uit nul personen bestaat. Het is duidelijk dat het hier gaat om een van Dublin's grootste toeristische attracties.

Horror Vacuï: Mandelbrot in 800 AD
Gelukkig is er veel zorg besteed aan de expositie rond het boek - of liever gezegd de boeken, want hoewel Kells de publiekstrekker is zijn er hier diverse andere uitgestald, sommige nog een paar eeuwen ouder, hoewel geen zo (kleur)rijk versierd. Die zorg bestaat onder andere uit zeer sterk uitvergrote versies van de meest gevulde pagina's, met toelichting op wat daarop te zien is voor degenen die net zo onbekend zijn met religieuze symboliek als wij (pak 'm beet 99% van de bezoekers?). Die A0-formaat reproducties laten duidelijk zien waarom men zegt dat de scribenten bezeten waren van horror vacuï, een mooie term die zoveel betekent als "angst voor lege vlakken:" de tekeningen zijn volledig ingevulde structuren, tussen de figuratieve elementen in is alles volledig dichtgemaakt met patronen van de meest minutieuze soort. Op de schaal van het origineel is het volkomen onbegrijpelijk hoe de monniken van toen dit voor elkaar hebben gekregen, lang voordat de principes van het vergrootglas bekend waren.

Het bibliotheekgewelf
Fascinerend als het is, kan het brein van de 21-eeuwse mens aanzienlijk minder dan een uur aan informatiebombardement doorstaan zonder verdoofd te raken. Een paar wetenswaardigheden over de vervaardiging van de manuscripten van destijds kunnen er nog net bij - voor het Boek van Kells moesten 185 kalveren het leven laten, en pas sinds kort weten we dat het paars níet van lapis lazuli getrokken werd - voordat het tijd wordt op te stijgen naar het houtbetimmerde gewelf erboven, waar nog 200000 boeken staan die er van buiten stuk voor stuk uitzien alsof het Boeken van Kells zouden kunnen zijn. Hier boeit vooral de opbergsystematiek: kleine boeken boven, grote onder, en vier meter hoge ladders om overal bij te kunnen. De oudste nog bestaande Keltische harp geeft het geheel een mooie complementaire noot.

Opbergsystemetiek
Uit de bibliotheek komend bekijken we even de collectie hebbedingetjes in de gift shop, daarna verkneukelen we ons nog kort aan de wachtrij; dan is het tijd om de campus te verlaten. Om 12 uur hebben we een afspraak met Conor, een oude bekende van Margrieta uit de tijd dat zij in Londen stage liep. Deze maand op de kop af 30 jaar geleden (zelfs van dat soort kwalificaties schrik ik tegenwoordig niet meer). Hij blijkt ons al op te wachten bij de hoofdpoort: een kortgeknipte man met een vriendelijk Iers hoofd dat je eerder achterin de veertig dan ergens in de vijftig zou geven.

Een hartelijk weerzien en stevige handdruk, maar het is hier te druk om uitgebreid te praten. Dat is ook een weerkerend thema in zijn conversatie: de mate waarin het aantal toeristen de afgelopen paar jaar gestegen is, zodat het nu niet leuk meer is. Een bekende klacht natuurlijk: Amsterdammers vinden dat ook, zelfs degenen die er een aardige boterham mee verdienen. Dat het in het stukje Dublin dat wij gezien hebben druk is en je er vele talen hoort kunnen we in ieder geval bevestigen.

Met Conor in the Bank on College Green
We nodigen Conor uit voor een lunch en hebben het nog niet gezegd of ontdekken een leuke locatie: The Bank on College Green. Vroeger kennelijk inderdaad een bank, nu een imposante hal uitgevoerd in neo-iets-stijl met veel gestucte frutsels en veel rood. We vinden een mooie plaats op een soort binnenbalkon vanwaar we een goed uitzicht hebben op het plebs onder ons. Conor vertelt door, haalt herinneringen met Margrieta op, raadt mij een aantal keer aan toch vooral naar Bletchley Park bij London te gaan (waar hij gelijk in heeft). De kinderen passeren kort de revue maar Conor is er met z'n hoofd niet honderd procent bij, hij zit met een paar persoonlijke dingen vertelt hij. Gezellig is het desondanks wel, hij is een boeiend prater. De ruimte wordt daarnaast ook nog eens gevuld met beneden ingezet vleugelspel, dat op onze hoogte een beetje verrommeld overkomt maar wel van een goede akoestiek getuigt.

Dublin Castle nu
Na een prima middagmaaltijd begeleidt Conor ons naar Dublin Castle, het laatste echte item op onze lijst van bezienswaardigheden. Hij blijkt het zelf niet echt te kennen, maar er is dan ook niet zoveel bijzonders te kennen: het middeleeuwse kasteel dat er ooit stond is al eeuwen geleden vervangen door een verzameling gebouwen in een stijl die Georgiaans heet; ze zouden imposant zijn als ze in Enschede stonden, maar op de enige overgebleven middeleeuwse toren na kan je de bestemming "kasteel" er niet echt aan afzien. Achter die gebouwen is wel een mooi aangelegd stuk tuin. Connor neemt daar afscheid, Margrieta en ik slenteren er nog wat rond, besluiten dan dat we het wel gezien hebben en dat een middagdutje ons goed zal doen.

Restant van Dublin Castle toen
Zo gezegd, zo gedaan. We hebben nog steeds maar een klein stukje Dublin doorkruist, van het kasteel terug is maar een kwartiertje. We duiken nog even een tourist information in voor ideeën voor de rest van de week, en gunnen onzelf dan inderdaad het beloofde uurtje onder zeil.

Tuinen met Kalls-motief
Als we weer boven komen is het niet te vroeg om op zoek te gaan naar een plaats om te eten. We combineren dat met een klein stukje stadswanderling, waarbij we ook nog wat Ierse geschiedenis opdoen over de neergeslagen opstand in 1916 die kogelgaten heeft achtergelaten in het standbeeld van O'Connell, en de Stiletto in the Ghetto van naderbij aanschouwen, een 120m hoge naald die we gisteren ook al per bus gepasseerd waren. We zijn inmiddels ten noorden van de Liffey die Dublin doorklieft, een stadsdeel dat nog niet al te lang geleden de naam ghetto nog eer aandeed maar inmiddels druk bezig is hot en hip te worden. Ons doel hierbij is een restaurant in een (gedesecreerde) kerk, ons aangeraden door Janine en Meiele. Helaas blijkt her er erg druk en behoorlijk prijzig. We wandelen liever terug zuidwaaarts, en duiken dan plotseling een Italiaans restaurant in dat ons voor een schappelijke prijs van een schappelijke pizza voorziet.

Variatie op een kasteel
Aldus gespijzigd lopen we ongehaast terug, langs een nog niet eerder gezien stukje Temple Bar (de wijk), onder andere de Temple Bar (het café). We checken hoe laat we morgen bij de bus moeten staan om terug naar het vliegveld te gaan voor de huurauto, kopen een biertje bij een Tesco express, en besteden de laatste anderhalf uur voor het slapen gaan aan plannen en bloggen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Op het spoor van Arthur

De Hagedis

Weg van Engeland