 |
| Hoe groot is een koninklijke hoogheid? |
Ik heb al eens eerder geprobeerd een logica te ontdekken achter de Engelse nomenclatuur voor bedden. Men spreekt van
queen size en
king size-bedden; het ligt voor de hand dat de eerste kleiner zijn dan de tweede. Maar daar is dan ook wel zo'n beetje alles mee gezegd: hoeveel bed een doorsnee queen of king nodig heeft kom je niet te weten, een opgave in centimeter of desnoods inch is te privé. Lengte en breedte: het blijft raden. Wel duidt, interessant genoeg, zowel king als queen op een bed dat niet veel langer is dan breed, oftewel in principe door twee personen kan worden gebruikt, zelfs om in te slapen.
Lastiger nog wordt het bij hotelkamers. Een
double room is een kamer met tweepersoonsbed, in tegenstelling tot een
twin room die twee éénpersoonsbedden telt. Maar hoe rekbaar, of indrukbaar, is tweepersoons? Mijn werkhypothese na tien B&B's: zonder expliciete vermelding van het koninklijke geslacht gaat het om
queen size, en mag men niet met zekerheid rekenen op een bed dat de 140 x 180 cm overstijgt. In Nederland staat zo'n bed bekend traditioneel bekend als een twijfelaar, en geldt wel als intiem maar niet als bijzonder comfortabel.
De derde dimensie heb ik in het bovenstaande buiten beschouwing gelaten, maar is van groot bijkomend belang, want alleen hierin komt het concept
kuil tot uiting. Ook al een feature van hotelbedden die op de website nooit aangekondigd staat.
Al met al hebben we het nog niet bijzonder getroffen met onze bedden. Eén van de, volgens mij belangrijkste, effecten van vakantie is dat je beseft hoe goed je het thuis eigenlijk hebt, en dat geldt bij uitstek voor het bed.
 |
| Wat voor prijs zou dat zijn geweest? |
De suboptimale nachten worden gecompenseerd door het ontbijt, dat zeker hier in de Old Vicerage uitstekend is. Margrieta heeft schelvis met roerei besteld; het wordt een complete vis van indrukwekkend formaat. Ik houd het bij een full Cornish breakfast, minus de white hog pudding waarvoor ik 's ochtends niet dapper genoeg ben. De advertentie voor de B&B noemt het ontbijt award-winning; ik vraag Peter, die ons bedient, of dit figuurlijk is of dat er een echte prijs mee gewonnen is, een vraag waarop hij niet ingaat (natuurlijk ook een antwoord); maar het is misschien wel het beste dat wij in onze vakantie gehad hebben. Na een ontbijt als dit kan je de lunch overslaan, weten we inmiddels.
 |
| Op loopafstand |
In de geest van rustiger aan besluiten we de auto eerst eens te laten staan en ter plekke een wandeling te improviseren. De B&B is aan de bovenrand van St. Ives gesitueerd, en op OpenStreetMaps lijkt een wandelpaadje recht de weilanden in te steken. Dat blijkt inderdaad te kloppen, hoewel we maar sporadisch lings en rechts van het pad kunnen kijken: nog meer dan in Ierland zijn smalle weggetjes hier door hoge hagen of muren begrensd, die het wel tot een aparte belevenis maken maar het uitzicht danig belemmeren.
Voordeel van al die hagen en heggen is wel dat het er werkelijk stikt van de bramen, in werkelijk alle stadia: nog bloeiend, klein en groen, groot en groen, groot en rood en ook al vol blauw en rijp, dwars door elkaar. Het is wel zoeken en kost een prikje of twee, maar dat verhoogt de smaak. Tegelijk beseffen we niet zeker te weten hoe die dingen nou in het Engels heten: was het
blackberry, of is dat een zwarte bes? Of toch
blueberry, maar nee dat is toch een bosbes? Vanochtend hadden we jam van
blackcurrants, dat klinkt als zwarte krenten, maar daar wordt doorgaans geen jam van gemaakt en het plaatje leek bosbessen of zwarte bessen te laten zien.
Ik besluit het nu een keer goed uit te zoeken, uiteraard met inzet van het alwetende internet, wat resulteert in het volgende overzicht:
Net als bij tin en koper zijn de vertalingen verre van eenduidig, en misschien dat er aan het bovenstaande nog wel wat te verbeteren valt, maar ik vind het al een hele stap voorwaarts in mijn algemene bessenontwikkeling.
 |
| Werken in het prieeltje |
Intussen lijken we een afslag gemist te hebben, maar de wandeling bevalt goed genoeg en het weer is zonnig genoeg om er een iets langer ommetje van te maken. Zo komen we opnieuw uit op het kustpad, dat we een eindje oostwaarts volgen om daarna weer de weiden door te steken en netjes bij het begin uit te komen. Niet helemaal zo rustgevend als oorspronkelijk bedoeld, maar het maakt een verschil of je moe wordt van veel verschillende indrukken in combinatie met een lange autorit, dan wel fysiek moe van een wandeling. Die filosofische opvatting ten spijt gaat Margrieta toch nog even liggen, terwijl ik in de tuin de verslaggeving verder bijwerk.
 |
| St. Michael's Mount |
Helemaal zonder auto doen we het ook vandaag niet. We willen een bezoekje brengen aan St. Michael's Mount, en die ligt aan de andere, zuidelijke, Cornshe kust, ten oosten van Penzance. Dat is geen lange rit, maar wel een kronkelige; een stuk ervan hebben we gisteren op de terugweg van Geevor ook al afgelegd. Geschrokken door het aantal al geparkeerde auto's zet ik de onze op de eerste de beste P in zicht van de berg; dat brengt helaas wel een langere wandeling er naartoe met zich mee, naar later blijkt onnodig. Wel kunnen we de vloedlijn volgen - liever gezegd de eblijn, we hebben de bezoektijd afgestemd op de bereikbaarheid van de berg te voet, die maar een uur of vijf per dag gegeven is aangezien de toegangsweg de rest van de tijd onder water ligt.
 |
| Slechts zeewier rest bij eb |
Een bezoeker van Mont St. Michel in Frankrijk zal dit alles zeer bekend voorkomen. Wie zich afvraagt hoe de correlatie te verklaren is, en daarbij misschien nog
Skellig Michael betrekt, een eiland voor de kust van Ierland dat recent heel veel bekender is geworden omdat een stukje van
Star Wars: The Force Awakens er is opgenomen, vindt bij raadplegen van het alwetende internet een verklaring die maar zeer gedeeltelijk ligt in de bijzondere attributen van de heilige naar wie al deze bergeilanden zijn genoemd. Het gaat trouwens niet om een heilige in de gebruikelijke zin (een heiligverklaard mens) maar om de aartsengel Michaël, en ja, die had iets met hoge plekken - maar niet persé met eilanden. St. Michael's Mount is "gewoon" direct vernoemd naar het Franse origineel, om de prozaïsche reden dat het een dépendance was van het klooster aldaar. De naam van het Ierse eiland staat daar helemaal los van.
 |
| Uitzicht vanaf het kasteel: niet onaardig |
Het Cornshe mountje is maar kinderspel vergeleken bij de Franse hoofdverstiging. We beklimmen het en lopen file door het kasteel zelf - allang geen klooster meer. Niet onaardig, maar niet in verhouding tot de bekendheid en het aantal bezoekers, dat we op 5000 schatten op een dag als deze (waarbij de ebtijden, die te voet bereiken van 12:30 tot 17:00 mogelijk maken, zo'n beetje optimaal zijn).
 |
| Mount van kurk |
Het leukste vind ik een zeer exact ogend model van het kasteel, door de butler gebouwd van stukjes champagnekurk - dat zegt denk ik wel iets over de hoeveelheid tijd en de hoeveelheid champagne. We vragen ons af hoe de eigenaar, die bij wijze van uitzondering zijn bezit niet heeft hoeven afstaan aan de National Trust maar slechts in bruikleen heeft gegeven, zelf naar binnen gaat: vast niet via het niet zeer eenvoudige bezoekerspad. Op ons retour zien we ergens onderaan een zijweggetje en vermoeden een lift binnenin de berg.
Ruim op tijd voor droge voeten zijn we terug op het vasteland. Margrieta heeft in Marazion, het plaatsje tegenover het kasteel, een restaurant geboekt dat pal aan het einde van de oversteek blijkt te liggen. Omdat we vroeg zijn kunnen we een plaatsje uitzoeken direct aan het raam, zodat we het water kunnen zien opkomen en de laatste wandelaars kniediep door het ongetwijfeld koude oceaanwater kunnen zien waden. Daarna nemen bootjes het over. Wij genieten, respectievelijk eten, van een gedeelde visschotel. Het wordt buiten grijzer en begint zelfs een beetje te motten: de timing had een stuk slechter kunnen zijn.
 |
| Dolmen, Cornshe stijl |
Maar ook beter, is een voor de hand liggende gedachte als we natuurlijk week diezelfde afstand terug moeten lopen naar de auto. Wie weet, misschien is het in St. Ives wel beter. Met die gedachte kiezen we ervoor ook nog wat prehistorische plekjes mee te pikken; net als in The Burren was de steentijdmens hier ook al actief. Achter elkaar brengen we een geslaagd bezoek aan Lanyon Quoyt, portaalgraf, dezelfde constructie als Poulnabrone Dolmen behalve ditmaal duidelijk van ijstijdse zwerfkeien gemaakt; een mislukt bezoek aan Mên-an-Tol, een staande steen met een gat erin die een wandeling van driekwart mijl vergt waar we in de druil geen zin in hebben; en een ook al mislukt bezoek aan Chysauster, de restanten van een dorp uit de eerste eeuw van de jaartelling, dat openingstijden blijkt te hebben die inmiddels voorbij zijn.
 |
| Was linksboven, 's avonds verwijderd |
Na deze maar zeer gedeeltelijk geslaagde avondmissie is het welletjes en begeven we ons terug naar St. Ives. Ook daar heeft het geregend, maar iemand is zo vriendelijk geweest de gewassen kleren, die aan de dakgoot te drogen hingen, binnen te halen. Erg voorkomend. We drinken in de beschikbare bar beneden van het daar beschikbare repertoire van bier en sterkers, en gaan vervolgens de tweede Old Vicerage-nacht in.
Reacties
Een reactie posten